Chronische rugpijn behandeling: wat helpt volgens de pijnwetenschap
Bij chronische rugpijn, pijn die langer dan 12 weken aanhoudt, draait de behandeling om bewegen en actieve behandeling en nadrukkelijk niet om bedrust; zo adviseren de NHG-Standaard (NHG, 2017) en NICE NG59 (NICE, 2016) het. Het bewijs is het sterkst voor oefentherapie, aangevuld met geleidelijk opbouwen en pijneducatie; cognitieve gedragstherapie geeft kleine tot zeer kleine verbeteringen. Geen enkele behandeling werkt voor iedereen en de gemiddelde winst is bescheiden. Herstel is mogelijk, al kost het meestal meerdere maanden. Heb je een van de alarmsymptomen uit het blok eronder, bel dan direct je huisarts en buiten kantooruren de huisartsen-spoedpost.
In dit artikel
Laatst herzien: september 2026
Auteur: Ronald de Jong – Redacteur onderzoekssynthese bij Sustiro
Dit artikel hoort bij twee lagen van De Sustiro Methode: Begrijpen en Beïnvloeden.
Tekst bij deze plaat
In de SPACE-studie, een gerandomiseerde studie van 12 maanden onder 240 mensen met chronische rugpijn of artrose, verbeterden opioïden het pijngerelateerde functioneren niet meer dan niet-opioïde pijnstillers. De pijnintensiteit was in de niet-opioïde groep zelfs iets beter en bijwerkingen kwamen bij opioïden vaker voor. Bewijslabel REDELIJK. Opioïden zijn geen eerste stap bij chronische rugpijn.
Let op deze klachten.
Let ook op verandering. Zijn deze klachten nieuw, of zijn ze in de afgelopen weken
tot maanden erger geworden en loop je daardoor slechter? Dat is een reden om te
bellen, ook als je een deel van deze klachten al langer hebt.
- Je bent duizelig en je zweet. Je hebt het gevoel dat je gaat flauwvallen.
- Je hebt opeens heel veel rugpijn en buikpijn.
- Je kunt niet meer plassen, terwijl je wel nodig moet.
- Je kunt je urine of ontlasting niet meer ophouden.
- Je hebt geen gevoel bij je penis of vagina en anus.
- Je hebt opeens minder kracht in je been. Op je tenen of hielen staan lukt niet.
Bel direct je huisarts. Buiten kantooruren: de huisartsen-spoedpost.
Zeg erbij welke van deze klachten je hebt. De huisarts beoordeelt met spoed en
schakelt zelf verder, ook een ambulance, als dat nodig is.Bron: Thuisarts.nl, “Ik heb pijn in mijn onderrug” (NHG).
Dit kan wijzen op het cauda-equinasyndroom, een beknelling van de zenuwbundel onderin het wervelkanaal, of op een scheurend aneurysma van de buikslagader. Uitstel kan blijvende schade geven. De alarmsignalen hierboven komen uit de publieksversie van de NHG-Standaard op Thuisarts.nl.
Herken je dit?
Je rug doet al maanden pijn en er is een MRI gemaakt. “Niets ernstigs gevonden,” zei de arts, terwijl de pijn er nog steeds is: ‘s ochtends bij het opstaan, na lang zitten, soms ook ‘s nachts. Je hebt al van alles geprobeerd, en de vraag die overblijft is wat er nou eigenlijk helpt. Dat is een redelijke vraag.
Dit patroon, langdurige rugpijn zonder een aanwijsbare lichamelijke oorzaak, heet aspecifieke lage rugpijn. Je pijn is daarmee niet minder echt. Het is ook geen diagnose-falen: volgens de NHG-Standaard is bij circa 95 procent van de acute lage rugpijn geen specifieke lichamelijke oorzaak aanwijsbaar (NHG, 2017). Die diagnose betekent wel dat de behandelstrategie er anders uitziet dan bij een hernia of een breuk.
Wat je hieruit kunt meenemen
Tekst bij deze plaat
Langdurige bedrust helpt niet en kan leiden tot langer ziekteverzuim; in beweging blijven is het advies. Opioïden als eerste stap verbeteren het functioneren niet meer dan niet-opioïde pijnstillers. Een vroege MRI zonder alarmsymptomen is niet zinvol en leidt vaker tot overdiagnose en onnodige behandeling.
- Oefentherapie en beweging zijn de eerstelijnsbehandeling met het best onderbouwde effect; het bewijs is van redelijke zekerheid
- Pijneducatie (leren begrijpen hoe chronische pijn werkt) verandert pijnovertuigingen, maar is op zichzelf niet genoeg
- Cognitieve gedragstherapie geeft kleine tot zeer kleine verbeteringen op pijn, beperkingen en spanning
- Langdurige bedrust helpt niet; in beweging blijven is het advies
- Opioïden zijn geen eerste stap bij chronische rugpijn: in een jaar durend onderzoek verbeterden ze het functioneren niet meer dan andere pijnstillers
- Veel mensen verbeteren, maar niet van de ene dag op de andere
Hoe chronische rugpijn aanvoelt
Tekst bij deze plaat
Twee lijnen naast elkaar. De verwachte lijn daalt snel en recht naar nul klachten. Het werkelijke beloop is wisselend: periodes waarin het redelijk gaat, afgewisseld met een week waarin functioneren bijna niet lukt, en daaroverheen een langzame daling over meerdere maanden. Vanaf twaalf weken heet de pijn chronisch. Bij de werkelijke lijn staat dat herstel mogelijk is, dat de gemiddelde winst bescheiden is, en dat bij een deel van de mensen een zeurende pijn blijft.
Chronische rugpijn voelt bij twee mensen zelden hetzelfde, en dat verklaart waarom je van iedereen een ander advies krijgt: de aanpak volgt het patroon en niet de diagnose. Sommige mensen hebben een zeurende pijn die nooit helemaal weggaat. Anderen kennen wisselende periodes, waarin het soms redelijk gaat en je dan weer een week bijna niet functioneert. De pijn kan uitstralen naar de bil of het been, en ‘s ochtends is er vaak stijfheid die pas na een half uur wegtrekt. Duurt die ochtendstijfheid langer dan een half uur en ben je jonger dan 40, bespreek dat dan met je huisarts: dat patroon kan wijzen op een ontstekingsachtige oorzaak in plaats van een mechanische. Ook vermoeidheid door slecht slapen kan erbij horen.
Bij een deel van de mensen met langdurige rugpijn lijkt het zenuwstelsel overgevoelig te raken. Dat heet centrale sensitisatie: het zenuwstelsel geeft pijnsignalen sterker door dan bij de oorspronkelijke prikkel past. De pijn is dan niet meer alleen een signaal van weefselschade, maar ook een patroon van het zenuwstelsel zelf. Dat zou deels kunnen verklaren waarom pijn soms aanhoudt lang nadat de oorspronkelijke klacht hersteld zou zijn. Hoe vaak dit voorkomt en hoe groot de rol ervan is, is niet uitgemaakt. Meer hierover lees je op wanneer het zenuwstelsel zelf pijn produceert.
Psychosociale factoren spelen daarnaast een rol, en die rol is goed onderzocht. Pijncatastroferen (het idee dat de pijn het ergst denkbare betekent) en hoge emotionele stress hangen samen met een slechter beloop op lange termijn. Dat kwam consistent naar voren toen onderzoekers 15 eerdere overzichtsstudies naast elkaar legden (Otero-Ketterer, 2022). [REDELIJK] Hoge vrees-vermijdingsovertuigingen over werk hingen in een ander onderzoek samen met langduriger ziekteverzuim; voor vrees-vermijding rond fysieke activiteit was er géén verband (Trinderup, 2018). [BEPERKT]
Dit is geen kwestie van “de pijn zit tussen je oren”. Het is hoe het biopsychosociale model van pijn werkt: lichaam, gedachten en omgeving beïnvloeden elkaar voortdurend.
Wat kan helpen
Het best onderbouwd zijn oefentherapie en pijneducatie, met geleidelijk opbouwen van activiteit als de aanpak die de NHG-Standaard daarbij aanbeveelt. Bij cognitieve gedragstherapie en multidisciplinaire revalidatie is het effect klein; manuele therapie is beperkter onderbouwd. De volgorde is die van het bewijs en niet die van de bekendheid, dus wat het vaakst wordt aangeboden staat lang niet altijd bovenaan.
Best onderbouwd
Oefentherapie, in welke vorm dan ook, is de best onderbouwde behandeling bij chronische lage rugpijn. In de Cochrane-review van Hayden et al. (2021), met 249 gerandomiseerde studies en ruim 24.000 deelnemers, is er bewijs van redelijke zekerheid dat oefenen de pijn vermindert (gemiddeld 15,2 punten lager op een schaal van 0-100 dan geen behandeling). Op functioneren was de winst kleiner (6,8 punten) en haalde die de drempel voor klinische relevantie niet. De zekerheid is matig en niet hoog, onder meer omdat 79% van de studies een hoog risico op vertekening had. Het maakt niet aantoonbaar uit wélke oefeningen je doet: krachttraining, stabilisatieoefeningen, looptraining en aqua-oefeningen presteerden onderling niet verschillend. Wat wél uitmaakt is regelmaat en geleidelijke opbouw (Hayden, 2021). [REDELIJK] Lees meer over oefeningen bij lage rugpijn.
Graded activity (activiteit stap voor stap opbouwen volgens een vast schema, ongeacht hoeveel last je die dag hebt) is de aanpak die de NHG-Standaard aanbeveelt (NHG, 2017). Je wacht dus niet tot de pijn weg is. Samen met je huisarts of fysiotherapeut leg je vooraf de stappen en termijnen vast die je daarna aanhoudt. Je pijn is echt en telt mee bij het maken van dat plan; daarna bepaalt het plan hoeveel je doet en niet de pijn van die dag. Zo verschuift volgens de standaard je aandacht van de pijn naar wat je doet. In het onderzoek dat de standaard woog, gaf deze manier van opbouwen tegenover gebruikelijke zorg of een wachtlijst geen duidelijk voordeel op pijn en alleen op lange termijn wat beter functioneren. Tegenover andere oefentherapie was er geen verschil. De zekerheid daarvan is laag (NHG, 2017).
Pijneducatie, uitleg over hoe langdurige pijn werkt in je brein en zenuwstelsel, verandert hoe mensen over hun pijn denken. Deelnemers die die uitleg kregen, dachten er anders over en presteerden lichamelijk beter.
Op wat ze in het dagelijks leven merkten, was het effect klein en waarschijnlijk niet groot genoeg om echt uit te maken. De onderzoekers zelf trokken daaruit de conclusie dat uitleg op zichzelf niet genoeg is: het hoort onderdeel te zijn van een bredere aanpak (Moseley, 2004). [REDELIJK]
Kleiner effect of zwakker bewijs
Cognitieve gedragstherapie (CGT) richt zich op denkpatronen en gedrag rondom pijn. CGT heeft kleine tot zeer kleine gunstige effecten op pijn, beperkingen en spanning bij chronische pijn. Dat blijkt uit een Cochrane-review van Williams et al. (2020) over 59 studies met ruim 5.000 deelnemers. De zekerheid van het bewijs was overwegend matig, en laag voor beperkingen (Williams, 2020). [REDELIJK]
Multidisciplinaire pijnrevalidatie combineert fysieke, psychologische en sociale behandeling in één traject. De NHG-Standaard woog het onderzoek ernaar. Tegenover gebruikelijke zorg is het verschil op pijn en functioneren klein; op pijn gaat het om ongeveer een half punt op een schaal van tien. De standaard noemt dat niet klinisch relevant. Tegenover alleen fysieke behandeling gingen mensen waarschijnlijk eerder weer aan het werk (NHG, 2017). [REDELIJK] De standaard zet deze revalidatie als laatste stap, voor wie met oefentherapie en gedragsmatige behandeling onvoldoende vooruitkomt. Binnen zo’n klinisch programma voegde één studie een training tegen somberheid toe aan de pijntraining. Een jaar later hadden de deelnemers met die extra training een beter werkvermogen en minder ziekteverzuim door pijn (Hampel, 2019). [BEPERKT] Die studie vergeleek twee versies van dezelfde revalidatie en zegt niets over revalidatie tegenover geen revalidatie.
Manuele therapie (chiropractie, osteopathie, manipulatie door een fysiotherapeut) kan bij een deel van de mensen kortdurend verlichting geven.
Vergeleken met een schijnbehandeling levert manipulatie van de wervelkolom mogelijk een kleine pijnverbetering op. Vergeleken met andere gewone behandelingen is er weinig tot geen verschil. De zekerheid van dat bewijs is laag tot zeer laag (Zoete, 2026). [BEPERKT]
Onvoldoende onderzocht
Warmte, massage, TENS (transcutaneous electrical nerve stimulation – elektrische zenuwstimulatie via de huid) en PEMF (pulsed electromagnetic field – pulserende elektromagnetische velden) worden in de praktijk soms ingezet naast beweging en pijneducatie. Het bewijs is te beperkt en te wisselend om ze aan te bevelen, en daarom doet Sustiro geen uitspraak over de werkzaamheid ervan. TENS- en PEMF-apparaten zijn medische hulpmiddelen; wat ze wel en niet mogen claimen, is wettelijk geregeld. Bespreek het gebruik ervan met je huisarts of fysiotherapeut.
Beperkingen van dit overzicht
Chronische rugpijn is sterk individueel, en wat in onderzoek gemiddeld werkt, werkt niet voor iedereen. Studies meten groepsgemiddelden, terwijl individuen sterk in respons variëren. Veel studies zijn bovendien kort van duur, waardoor over langetermijneffecten minder bekend is. Manuele therapie, TENS en PEMF zijn moeilijk te blinderen in onderzoek, wat de resultaten kan vertekenen. Dit artikel beschrijft de huidige stand van het bewijs en is geen persoonlijk behandeladvies.
Wat niet wordt aanbevolen als eerste stap
Langdurige bedrust, opioïden als eerste lijn en een vroege MRI zijn geen eerste stap, al hebben de meeste mensen met langdurige rugpijn er al iets van geprobeerd.
In de praktijk worden ze vaak toch als eerste ingezet, terwijl het bewijs ontbreekt of de nadelen zwaarder wegen dan de voordelen:
- Langdurige bedrust – de NHG-Standaard vindt bedrust niet zinvol. Bedrust kan leiden tot langer ziekteverzuim. Strikte bedrust van meer dan enkele dagen kan klachten geven als stijfheid en spierverlies (NHG, 2017). NICE NG59 raadt aan door te gaan met je gewone activiteiten (NICE, 2016).
- Opioïden als eerste lijn – in de SPACE-studie, een gerandomiseerde studie van twaalf maanden onder 240 mensen met chronische rugpijn of artrose van heup of knie, verbeterden opioïden het functioneren niet meer dan pijnstillers zonder opioïden. De pijn was in de groep zonder opioïden iets lager en bijwerkingen kwamen bij opioïden vaker voor (Krebs, 2018). [REDELIJK] Het gaat om één studie onder veteranen, grotendeels mannen, die wisten welke behandeling ze kregen.
- Vroege MRI bij aspecifieke rugpijn – niet zinvol zonder alarmsymptomen. Leidt vaker tot overdiagnose en onnodige behandeling dan tot betere uitkomsten (NHG, 2017).
Wanneer direct naar de huisarts
Tekst bij deze plaat
Rode vlaggen bij rugpijn, in twee urgentieniveaus. Bel direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost bij gevoelloosheid in het zadelgebied, verlies van controle over blaas of darm, of plotseling krachtsverlies in beide benen; dit kan wijzen op het cauda-equinasyndroom. Maak dezelfde dag een afspraak bij je huisarts bij krachtsverlies of gevoelsverlies in een been, onverklaard gewichtsverlies, koorts in combinatie met rugpijn, hevige nachtelijke pijn die niet minder wordt bij liggen, rugpijn na een val of ongeluk, of een voorgeschiedenis van kanker. De plaat vermeldt dat rode vlaggen niets uitsluiten: ze zijn juist reden om het te laten bekijken.
Rode vlaggen zijn signalen die kunnen wíjzen op een ernstige onderliggende oorzaak die een andere behandeling vereist. Ze sluiten niets uit – ze zijn juist reden om te laten kijken.
Bel op werkdagen je huisarts in een van deze situaties:
- Je bent gevallen en hebt daarna pijn in je onderrug.
- De pijn in je onderrug is na 1 maand nog niet minder geworden.
- Je hebt kanker of hebt kanker gehad. En je hebt pijn in je onderrug.
- Je bent kleiner of krommer geworden. En je hebt pijn in je rug.
Bron: Thuisarts.nl, “Ik heb pijn in mijn onderrug” (NHG).
Krachtsverlies of gevoelsverlies in een been staat niet in deze lijst, omdat het al in het blok boven aan dit artikel staat. Onverklaard gewichtsverlies en nachtelijke pijn die niet minder wordt als je ligt, komen uit de richtlijn voor artsen en niet uit de publieksversie. Aan die twee hangt geen vaste termijn; noem ze wel als je je huisarts spreekt. Heb je rugpijn met koorts, laat die dan snel door je huisarts beoordelen.
Samenvatting
Chronische rugpijn, langer dan 12 weken, reageert het best op actieve behandeling. Bewegen, opbouwen, pijneducatie en waar nodig psychologische begeleiding vormen samen de hoekstenen van die behandeling. Voor bewegen, pijneducatie en psychologische begeleiding is het bewijs van redelijke zekerheid; voor opbouwen volgens een vast schema is het zwakker. De gemiddelde winst is bescheiden. Passieve behandelingen alleen, bedrust en vroege beeldvorming zijn niet de eerste stap. Herstel is mogelijk, maar het is een proces.
De behandeling sluit aan op wat lage rugpijn is en hoe het chronisch wordt en de bredere context van de Sustiro pijnwetenschap-hub.
Sustiro werkt aan digitale cursussen op basis van De Sustiro Methode. Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Bronnen
- NHG (2017). NHG-Standaard Aspecifieke lagerugpijn. Nederlands Huisartsen Genootschap. [Richtlijn] bron
- NICE (2016). NG59: Low back pain and sciatica in over 16s - assessment and management (update 2020). National Institute for Health and Care Excellence. [Richtlijn] bron
- Hayden JA, Ellis J, Ogilvie R, Malmivaara A, van Tulder MW (2021). Exercise therapy for chronic low back pain. Cochrane Database of Systematic Reviews. PMID: 34580864 [Systematic Review] bron
- Moseley GL, Nicholas MK, Hodges PW (2004). A randomized controlled trial of intensive neurophysiology education in chronic low back pain. The Clinical Journal of Pain. PMID: 15322439 bron
- Williams ACC, Fisher E, Hearn L, Eccleston C (2020). Psychological therapies for the management of chronic pain (excluding headache) in adults. Cochrane Database of Systematic Reviews. PMID: 32794606 [Systematic Review] bron
- Otero-Ketterer E, Peñacoba-Puente C, Ferreira Pinheiro-Araujo C et al. (2022). Biopsychosocial Factors for Chronicity in Individuals with Non-Specific Low Back Pain: An Umbrella Review. International Journal of Environmental Research and Public Health. PMID: 36011780 [Umbrella review] bron
- Trinderup JS, Fisker A, Juhl CB et al. (2018). Fear avoidance beliefs as a predictor for long-term sick leave, disability and pain in patients with chronic low back pain. BMC Musculoskeletal Disorders. PMID: 30509231 [Observational] bron
- de Zoete A, Innocenti T, Petrozzi MJ, van Middelkoop M, Assendelft WJ, de Boer MR, van Tulder MW, Rubinstein SM (2026). Spinal manipulative therapy for adults with chronic low back pain. Cochrane Database of Systematic Reviews. PMID: 41494147 [Systematic Review] bron
- Hampel P, Köpnick A, Roch S (2019). Psychological and work-related outcomes after inpatient multidisciplinary rehabilitation of chronic low back pain: a prospective randomized controlled trial. BMC Psychology. PMID: 30770763 bron
- Krebs EE, Gravely A, Nugent S et al. (2018). Effect of Opioid vs Nonopioid Medications on Pain-Related Function in Patients With Chronic Back Pain or Hip or Knee Osteoarthritis Pain: The SPACE Randomized Clinical Trial. JAMA. PMID: 29509867 bron
Verder lezen
Leven met chronische rugpijn: wat werkt als het niet overgaat
Leven met chronische rugpijn vraagt een andere aanpak dan een acute rugklacht, omdat na drie maanden de vraag…
Lees → Lage rugpijn10 oefeningen tegen lage rugpijn – met bewijsniveau per oefening en dosering per fase
Oefeningen tegen lage rugpijn doen meer dan rust, zolang het om aspecifieke lage rugpijn gaat: pijn zonder aanwijsbare…
Lees → Lage rugpijnLage rugpijn oefeningen: wat werkt, wat niet, en hoe je opbouwt
Bij lage rugpijn doen oefeningen en bewegen meer dan rusten; kies een oefening die je volhoudt en bouw…
Lees →