Direct naar inhoud
Ischias

Ischias symptomen: herkenning, klachten en wat je zelf kunt waarnemen

Snel antwoord

De symptomen van ischias zijn vooral pijn die vanuit je onderrug of bil via je been uitstraalt tot in je kuit of voet, vaak met tintelingen of een doof gevoel. Die uitstraling is het kenmerk en niet de pijn in je rug zelf. De pijn voelt scherp, schietend of brandend, zit bijna altijd aan één kant en wordt vaak erger bij zitten, hoesten en niezen. Bij krachtsverlies in beide benen of verlies van controle over blaas of darm is directe medische beoordeling nodig.

Dit artikel hoort bij Laag 2 van De Sustiro Methode (Herkennen).

Laatst herzien: juni 2026. Belangrijkste bronnen: NHG-Standaard LRS (M55), KNGF-richtlijn Lage rugpijn en LRS, NICE NG59 en de Cochrane diagnostische review. Samengesteld door Ronald de Jong, Redacteur onderzoekssynthese. Geen arts.


Let op deze klachten.

Let ook op verandering. Zijn deze klachten nieuw, of zijn ze in de afgelopen weken
tot maanden erger geworden en loop je daardoor slechter? Dat is een reden om te
bellen, ook als je een deel van deze klachten al langer hebt.

  • Je hebt opeens minder kracht in je been. Op je tenen of hakken staan lukt niet meer.
  • Je hebt een doof gevoel bij je penis of vagina en anus.
  • Je kunt niet meer plassen.
  • Je kunt je urine of ontlasting niet meer ophouden.

Bel direct je huisarts. Buiten kantooruren: de huisartsen-spoedpost.
Zeg erbij welke van deze klachten je hebt. De huisarts beoordeelt met spoed en
schakelt zelf verder, ook een ambulance, als dat nodig is.

Bron: Thuisarts.nl, “Ik heb een rug-hernia” (NHG en FMS).

Dit kan wijzen op het cauda-equinasyndroom, beknelling van de zenuwbundel onderin het wervelkanaal. Dat is een neurochirurgisch noodgeval; de huisarts beoordeelt met spoed en verwijst zo nodig door naar de neuroloog. De alarmsignalen hierboven komen van de NHG-publieksversie op Thuisarts.nl.


In het kort

  • Je hebt een symptoomcluster en geen ziekte. De klachten ontstaan doordat een zenuwwortel in je onderrug geprikkeld of bekneld raakt, en dat betekent dat er een aanwijsbare plek achter zit.
  • Waar de uitstraling eindigt, zegt iets over de zenuwwortel: in je kuit, op je voet of in een bepaalde teen. Welke wortel het is, bepaalt je huisarts met lichamelijk onderzoek.
  • Bijna altijd eenzijdig. Klachten in beide benen tegelijk zijn een rode vlag.
  • Noteer een week lang wat de pijn uitlokt en wat hem laat zakken. Dan hoeft je huisarts dat patroon niet uit losse antwoorden te reconstrueren.
  • De Lasègue-test is geen zelftest maar onderdeel van het lichamelijk onderzoek, en zijn diagnostische waarde is los gebruikt slecht.
  • De tijd werkt meestal in je voordeel. Bij krachtsverlies in beide benen of verlies van controle over blaas of darm bel je direct je huisarts.

Hoe herken je ischias?

Wat je klacht onderscheidt van pijn die in je onderrug blijft, is niet hoe zeer je rug doet. Het is dat de pijn ergens naartoe gaat. Pijn die vanuit je onderrug of bil een vaste route naar je been volgt, komt overeen met het verzorgingsgebied van één zenuwwortel, een patroon dat een dermatoom heet: een specifiek huidgebied dat door één zenuwwortel van gevoel wordt voorzien. Juist dat vaste patroon maakt ischias herkenbaar, ook voor jou. De pijn is bijna altijd eenzijdig; klachten in beide benen tegelijk zijn een rode vlag die directe medische beoordeling vereist (NHG, 2015).


Wat is ischias precies?

Wat ischias wel is, en wat het niet is
Wat ischias wel is, en wat het niet is · Bron: NHG-Standaard LRS 2015, Ropper en Zafonte 2015 e.a.
Tekst bij deze plaat

Vier rijen met links een misverstand over ischias en rechts de correctie. Ischias is geen ziekte maar een symptoomcluster door prikkeling van zenuwwortel L4, L5 of S1. Het is niet hetzelfde als lage rugpijn: de uitstraling langs een vaste zenuwroute maakt het verschil. Het komt niet altijd door verkeerd tillen: overgewicht en een lange rookgeschiedenis komen in onderzoek het meest consistent naar voren. En ischias is bijna altijd eenzijdig; klachten in beide benen zijn een rode vlag die directe medische beoordeling vraagt.

Ischias is geen ziekte op zichzelf. Het is een symptoomcluster: pijn en andere klachten die ontstaan doordat je ischiaszenuw of een van de zenuwwortels die hem vormen, L4, L5 of S1, geprikkeld of bekneld raakt (Koes et al., 2007). Daarom levert masseren op de plek waar het pijn doet zelden iets op: de oorzaak zit hogerop, bij de zenuwwortel.

De ischiaszenuw is de langste zenuw van je lichaam. Hij begint in je lumbale wervelkolom, loopt via je bil, de achterkant van je bovenbeen, je kuit en verder tot in je voet. Welke zenuwwortel betrokken is, bepaalt waar langs die route je het voelt.

De meest voorkomende oorzaak is een hernia, ook wel discusprolaps genoemd, waarbij een tussenwervelschijf op een zenuwwortel drukt. Ook wervelkanaalstenose (vernauwing van het wervelkanaal) of piriformis-gerelateerde prikkeling kunnen vergelijkbare klachten geven. Lees voor uitgebreide informatie over oorzaken en behandeling het overzichtsartikel over ischias.

Twee hardnekkige misverstanden zijn de moeite waard om kwijt te raken: ischias is niet hetzelfde als pijn die in je onderrug blijft, en het ontstaat niet altijd door verkeerd tillen. Zoek je dus naar de tilbeweging waarmee je het aan jezelf te danken hebt, dan zoek je waarschijnlijk in de verkeerde richting. Risicofactoren zijn divers. Overgewicht hing in de meeste onderzoeken samen met ischias, een lange rookgeschiedenis alleen in sommige (Shiri et al., 2007). Daarnaast worden hogere leeftijd, mechanische belasting van de wervelkolom zoals langdurige blootstelling aan trillingen, en psychische stress genoemd (Parreira et al., 2018).


De symptomen op een rij

Waarom hoesten, niezen en zitten de pijn opjagen
Waarom hoesten, niezen en zitten de pijn opjagen · Bron: Ropper en Zafonte 2015, NHG-Standaard LRS 2015
Tekst bij deze plaat

Mechanismeschema. Hoesten, niezen en persen verhogen kortdurend de druk in het wervelkanaal; die drukgolf bereikt de geprikkelde zenuwwortel en wordt gevoeld als uitstraling in het been. Links de situaties waarin de klachten meestal toenemen: zitten, hoesten, niezen en persen. Rechts de situaties waarin ze soms afnemen: bewegen, lopen en liggen. Onderaan een schaal die loopt van meer naar minder druk op de zenuwwortel.

Je hoeft ze niet allemaal te hebben. Juist een combinatie van een paar klachten zegt iets, terwijl elke klacht apart ook een andere verklaring kan hebben. Dit zijn de klachten die de klinische overzichtsliteratuur bij ischias beschrijft (Ropper & Zafonte, 2015):

  • Pijn die uitstraalt vanuit je onderrug of bil, via de achterkant of zijkant van je been, tot in je kuit of voet
  • Scherp, schietend of brandend karakter, dus geen diffuse zeurende pijn
  • Tintelingen (“speldenprikken”) in been, kuit of voet
  • Doof gevoel of verminderd gevoel langs de zenuwroute
  • Bijna altijd eenzijdig, links of rechts, niet beide kanten tegelijk
  • Erger bij zitten, hoesten, niezen of persen, door de drukverhoging die bij elk van die bewegingen in het wervelkanaal optreedt
  • Soms minder bij bewegen of bij bepaalde houdingen zoals lopen of liggen
  • Krachtsverlies in been of voet, en bij toename een alarmsignaal dat medische beoordeling vereist

Dit uitstralingspatroon, in vaktaal radiculopathie oftewel een zenuwwortelirritatie die pijn in je been veroorzaakt, is het kenmerkende diagnostische gegeven bij ischias (NHG, 2015). Dat is een diagnostisch criterium en geen effectclaim, dus draagt het geen bewijslabel.


Welke zenuwwortel? Het dermatoompatroon

Je hoeft niet zelf uit te zoeken welke zenuwwortel het is, want dat bepaalt je huisarts. Het helpt wel om te begrijpen waarom je pijn uitgerekend daar zit, en het maakt je verhaal bij die afspraak een stuk bruikbaarder. De indeling hieronder is beschrijvende klinische anatomie uit de neurologische overzichtsliteratuur en geen bewijs-gegradeerde uitspraak, dus hoort er geen bewijslabel bij (Ropper & Zafonte, 2015):

  • L4 – pijn en tintelingen aan de voorkant van de dij, de binnenkant van het onderbeen, soms tot de grote teen
  • L5 – zijkant van de dij, de voorkant van het onderbeen, de bovenkant van de voet en de tenen 1 tot 3
  • S1 – achterkant van de dij, de kuit, de zijkant van de voet en de kleine teen

Krachtsverlies hoort ook bij dit patroon. Een klassiek voorbeeld is de klapvoet (voetheffersparese): bij prikkeling van de L5-zenuwwortel kan de kracht om je voet en tenen op te trekken afnemen, waardoor je voet bij het lopen “klapt” of sleept. Toenemend of plotseling krachtsverlies vraagt altijd om medische beoordeling.

Dit is nuttige herkenningsinformatie, maar het bepalen van de exacte zenuwwortel vereist klinisch onderzoek.

Wat deze indeling niet kan. De drie zenuwwortels staan hierboven netjes uit elkaar, alsof de grens tussen de ene en de volgende op je huid te trekken valt. Zo werkt het niet: dermatoomgrenzen verschillen van mens tot mens. De indeling helpt je herkennen dát je pijn een route volgt, niet wélke. Wie hem gebruikt om zichzelf een wortel aan te wijzen, leest hem strakker dan hij is.


Is dit echt ischias? Andere oorzaken van uitstralende pijn

Niet elke uitstraling in je been is ischias, en het loont om dat vooraf te weten. De tabel hieronder helpt je oriënteren en vervangt geen diagnose. De rij voor ischias volgt in hoofdlijnen de klinische review van Koes en collega’s (Koes et al., 2007). Die review gaat niet over de andere aandoeningen: hun rijen zijn een klinische ordening zonder eigen bron in deze tabel. Het is geen bewijs-gegradeerde vergelijking en daarom staat er geen bewijslabel bij.

Aandoening Pijnverdeling Onderscheidend kenmerk
Ischias (radiculopathie) Dermatoom-volgend, bil → been → voet Volgt de zenuwroute; eenzijdig; erger bij hoesten/niezen
Piriformis-syndroom Bil → achterkant been Pijn vooral bij zitten; geen duidelijk dermatoompatroon; lees meer over piriformis syndroom
Perifere neuropathie Beide voeten en benen Symmetrisch (“sok-handschoen-patroon”); niet houding-afhankelijk; meer over aanhoudende zenuwpijn
Vasculaire claudicatio (etalagebenen) Kuit, vaak beide benen bij lopen Verdwijnt bij stoppen met lopen; niet houding-afhankelijk
Heup-artrose Lies, dij, uitstraling tot de knie Zelden onder de knie; mechanisch van karakter
Knie-artrose Rondom de knie Niet vanuit de rug; mechanisch

De kolom rechts is de bruikbaarste van de drie, want daar staat telkens de ene vraag die het beeld splitst. Piriformis-syndroom wordt in de praktijk vaak met ischias verward, maar het onderscheid is relatief helder zodra je er gericht op let: bij piriformis-syndroom zit de pijn vooral in je bil en volgt hij geen duidelijk dermatoompatroon (Ropper & Zafonte, 2015).


De Lasègue-test: wat zegt hij wel en niet?

De gestrekt-been-proef: twee getallen, twee conclusies
De gestrekt-been-proef: twee getallen, twee conclusies · Bron: van der Windt 2010 (Cochrane)
Tekst bij deze plaat

Twee proportiebalken over de diagnostische waarde van de gestrekt-been-proef bij ischias. Sensitiviteit 0,92: bij 92 van de 100 mensen met een hernia is de proef positief. Specificiteit 0,28: bij slechts 28 van de 100 mensen zonder hernia is de test negatief, bij 72 van de 100 slaat hij toch aan. Wat dit praktisch betekent: een positieve uitslag zegt op zichzelf weinig en een negatieve uitslag sluit een hernia niet uit. De cijfers komen uitsluitend uit chirurgische populaties waarin 58 tot 98 procent daadwerkelijk een hernia had. Het is geen zelftest. Bron: van der Windt et al., 2010, Cochrane Database of Systematic Reviews.

De Lasègue-test slaat aan bij bijna iedereen met een hernia, maar ook bij veel mensen zonder, dus een positieve uitslag zegt op zichzelf weinig. Kwam er bij jouw onderzoek geen duidelijk antwoord uit, dan hoef je daarom niet aan jezelf te twijfelen.

Twee tests komen bij ischias vaak ter sprake: de Lasègue-test (gestrekt-been-proef) en de slump-test. Het zijn klinische tests, onderdeel van het lichamelijk onderzoek bij je huisarts of fysiotherapeut (KNGF, 2021). Bij de Lasègue-test tilt de onderzoeker je gestrekte been op terwijl je op je rug ligt; uitstralende beenpijn bij een hoek tussen 30 en 70 graden geldt als positief. Bij de slump-test wordt hetzelfde zenuwweefsel op rek gebracht vanuit zittende houding.

Het zijn geen zelftests, want de diagnostische waarde valt tegen. Wat je thuis wél zelf kunt nagaan voordat je de huisarts belt, staat in de zelfbeoordeling bij ischias.

In de Cochrane-review over lichamelijk onderzoek bij lumbale radiculopathie kwam de gestrekt-been-proef uit op een gepoolde sensitiviteit van 0,92 en een specificiteit van 0,28. Omgerekend naar honderd mensen slaat de test aan bij 92 van de 100 mét een hernia. Bij de 100 zónder hernia blijft hij maar bij 28 van hen terecht negatief, zodat hij bij de overige 72 tóch aanslaat. Dat laatste getal is de reden dat een positieve uitslag op zichzelf weinig zegt. Die cijfers komen uitsluitend uit chirurgische populaties, waarin 58 tot 98 procent van de onderzochte patiënten daadwerkelijk een hernia had, waardoor ze niet zonder meer naar de eerste lijn te vertalen zijn. De auteurs concluderen dat de meeste losstaande lichamelijke tests een slechte diagnostische waarde hebben (van der Windt et al., 2010). Diagnostische precisie is geen effectbewijs, dus draagt ook deze passage geen bewijslabel.

Wat dat praktisch betekent: een lage specificiteit wil zeggen dat de test ook aanslaat bij mensen zonder hernia. Een positieve uitslag zegt op zichzelf dus weinig, en een negatieve uitslag sluit een hernia niet uit. Voer deze tests thuis niet uit om jezelf een diagnose te geven. Beschrijf in plaats daarvan je klachtenpatroon aan je huisarts: waar de pijn zit, wat hem uitlokt, hoe hij aanvoelt. Daar heeft hij meer aan dan aan een uitslag die jij op de bank hebt geproduceerd.

Wat je in plaats daarvan meeneemt naar je afspraak

Een test die jij thuis doet levert je huisarts niets op. Vier waarnemingen wel, en die kun je deze week zelf verzamelen zonder dat je iets hoeft op te tillen.

Waar het begint en waar het eindigt. Wijs het aan op je been, van hoog naar laag. Komt het tot je knie, tot je kuit, tot in je voet, of tot in een specifieke teen? Dat laatste is de bruikbaarste zin die je kunt uitspreken, want daar zit het dermatoompatroon in.

Wat het uitlokt en wat het verlicht. Noteer een week lang twee dingen: bij welke handeling de pijn opkomt, en wat hem laat zakken. Zitten, hoesten, bukken, autorijden, of juist opstaan en lopen. Dat patroon onderscheidt een geprikkelde zenuwwortel van pijn die in je onderrug blijft; de huisarts moet het anders zelf reconstrueren uit losse antwoorden.

Of er kracht mist. Probeer op je tenen te staan en daarna op je hakken. Lukt een van beide niet, of merk je dat je voet bij het lopen sleept, meld dat dan als eerste. Neemt dat toe, dan hoort het bij het kader boven aan deze pagina en niet bij een gewone afspraak.

Hoe je dag eruitziet. Wat je niet meer doet weegt hier zwaarder dan een cijfer tussen nul en tien. Niet meer fietsen naar je werk, niet meer doorslapen, een afspraak afzeggen: dat zijn de dingen waarop een behandelaar zijn beleid kan bijstellen.

Vier zinnen, meer is het niet. Anders dan een test op de bank kosten ze je geen pijnlijke ochtend erna.


Wanneer naar de huisarts?

Rode vlaggen bij ischias: wanneer bel je direct?
Rode vlaggen bij ischias: wanneer bel je direct? · Bron: Thuisarts.nl, “Ik heb een rug-hernia” (NHG en FMS)
Tekst bij deze plaat

Twee routes met dezelfde bestemming en een verschillend tijdvenster. Route één, direct bellen naar huisarts of huisartsenpost: je hebt opeens minder kracht in je been en op je tenen of hakken staan lukt niet meer; je hebt een doof gevoel bij penis of vagina en anus; je kunt niet meer plassen; of je kunt urine of ontlasting niet meer ophouden. Ook direct bij koorts naast de rugpijn. Dit zijn mogelijke tekenen van het cauda-equinasyndroom of van andere ernstige oorzaken die spoedeisende beoordeling vragen. Route twee, op werkdagen de huisarts bellen: je bent gevallen en hebt daarna pijn in je onderrug; de pijn is na een maand niet minder geworden; je hebt kanker of hebt kanker gehad en pijn in je onderrug; je bent kleiner of krommer geworden en hebt rugpijn; je houdt erge pijn ondanks juiste en voldoende pijnstilling; of je hebt na een paar weken nog steeds zoveel pijn dat dagelijkse dingen niet lukken. Onderaan het geruststellende gegeven dat de meeste ischiasklachten binnen zes tot twaalf weken verdwijnen, ook zonder behandeling.

Bij driekwart van de patiënten met ischias door een discushernia treedt binnen drie maanden spontaan herstel op, ook zonder operatie; minder dan 10% houdt een langdurig beloop (NHG-Standaard LRS, M55, 2015). Dat is geruststellend, en er zijn situaties waarin je echt niet kunt wachten.

De alarmsignalen in het kader boven aan dit artikel komen van de NHG-publieksversie op Thuisarts.nl. Die klachten kunnen wijzen op het cauda-equinasyndroom, beknelling van de zenuwbundel onderin het wervelkanaal. Dat is een neurochirurgisch noodgeval; de huisarts beoordeelt met spoed en verwijst zo nodig door naar de neuroloog.

Daarnaast zijn er signalen die niet acuut zijn. Daarvoor bel je ook je huisarts, maar dat kan wachten tot een werkdag.

Bel op werkdagen je huisarts in één van deze situaties:

  • Je bent gevallen en hebt daarna pijn in je onderrug.
  • De pijn in je onderrug is na 1 maand nog niet minder geworden.
  • Je hebt kanker of hebt kanker gehad. En je hebt pijn in je onderrug.
  • Je bent kleiner of krommer geworden. En je hebt pijn in je rug.

Bel op werkdagen je huisarts voor advies of maak een afspraak in deze situaties:

  • Je blijft erge pijn houden, terwijl je de juiste en genoeg pijnstillers gebruikt.
  • Je hebt na een paar weken nog steeds veel pijn. En je kunt daardoor niet goed de dingen doen die je elke dag doet, zoals het huishouden of je werk.

Bronnen: Thuisarts.nl, “Ik heb pijn in mijn onderrug” en “Ik heb een rug-hernia” (NHG).

Toenemend krachtsverlies in been of voet staat niet in deze lijsten, omdat het bij het kader boven aan dit artikel hoort: bel dan direct je huisarts, buiten kantooruren de huisartsen-spoedpost.


Beperkingen van dit artikel

Dit artikel helpt bij patroonherkenning en vervangt geen klinische diagnose. Dermatoomgrenzen verschillen per persoon. De beschreven tests zijn klinische tests met een beperkte diagnostische waarde, geen zelftests en geen diagnose. Ischias is een symptoomcluster met meerdere mogelijke oorzaken, waardoor de aanpak per oorzaak en per persoon verschilt.

Sustiro geeft op bewijs gebaseerde informatie en geen individueel medisch advies. Bij twijfel: raadpleeg je huisarts.


Meer lezen

De oorzaken van ischias en de vraag welke behandelingen bewijs hebben, staan uitgewerkt in het overzicht ischias: oorzaken en behandeling.

Herken je de uitstraling maar twijfel je of het piriformis of ischias is? Lees dan over piriformis syndroom.

Voor de werking van zenuwpijn als mechanisme: hoe een zenuwstelsel pijn kan blijven versterken.

Sustiro werkt aan digitale cursussen op basis van De Sustiro Methode. Schrijf je in voor de nieuwsbrief.


Deze informatie is bedoeld ter educatie, niet als medisch advies. Bij aanhoudende of ernstige klachten: raadpleeg je huisarts of specialist.


Veelgestelde vragen

Aan welke kant zit ischias meestal?
Aan één kant. Bijna altijd, en juist die eenzijdigheid hoort bij het patroon. De geprikkelde zenuwwortel zit links of rechts, waardoor de uitstraling ook maar één been volgt, van je onderrug of bil tot in je kuit of voet. Klachten die tegelijk in beide benen zitten passen daar niet in. Ze gelden als rode vlag die directe medische beoordeling vraagt (NHG-Standaard LRS, M55, 2015). Wacht daar niet mee tot een volgende afspraak.
Waarom wordt de pijn erger bij zitten, hoesten of niezen?
Bij elk van die bewegingen loopt de druk in je wervelkanaal op, en een zenuwwortel die daar al bekneld of geprikkeld ligt merkt dat verschil. Het hoort bij het patroon, en samen met de uitstraling zelf en de eenzijdigheid maakt het ischias herkenbaar. Andersom komt ook voor. Sommige mensen merken juist minder bij bewegen, of bij houdingen zoals lopen of liggen. Dat wisselt per persoon.
Wat betekenen tintelingen of een doof gevoel in je been?
Ze horen bij hetzelfde beeld als de pijn. Tintelingen, vaak beschreven als speldenprikken, en een doof of verminderd gevoel treden op langs de route die de aangedane zenuwwortel verzorgt, en dat huidgebied heet een dermatoom. Welke wortel het is bepaalt waar je het voelt. Dat kan de voorkant van je dij zijn, de bovenkant van je voet, of de zijkant van je voet en je kleine teen. Welke het precies is, zoekt je huisarts uit.
Kun je de Lasègue-test thuis zelf doen?
Beter niet. De gestrekt-been-proef hoort bij het lichamelijk onderzoek van huisarts of fysiotherapeut, en de diagnostische waarde valt tegen. In de Cochrane-review kwam hij uit op een hoge sensitiviteit bij een lage specificiteit, en die cijfers komen uitsluitend uit chirurgische populaties (van der Windt et al., 2010). Een positieve uitslag zegt op zichzelf dus weinig, en een negatieve sluit een hernia niet uit.
Wat is een klapvoet en hoe merk je hem?
Klapvoet is de gewone naam voor voetheffersparese: de kracht om je voet en tenen op te trekken neemt af. Je merkt het doordat je voet bij het lopen klapt of sleept. Het hoort bij hetzelfde patroon, want bij prikkeling van de L5-zenuwwortel kan die kracht afnemen. Krachtsverlies dat toeneemt of plotseling ontstaat vraagt altijd om medische beoordeling, en een klapvoet die in korte tijd opkomt staat hierboven bij de signalen waarvoor je meteen belt.
Kan uitstralende beenpijn ook iets anders zijn dan ischias?
Ja. Perifere neuropathie geeft klachten in beide voeten en benen tegelijk, symmetrisch, in wat een sok-handschoen-patroon heet, en is anders dan ischias niet houding-afhankelijk. Vasculaire claudicatio geeft kuitpijn die verdwijnt zodra je stopt met lopen. Heup-artrose zit in je lies en je dij en straalt zelden tot onder je knie uit. Piriformis-syndroom zit vooral in je bil, volgt geen duidelijk dermatoompatroon, en wordt daardoor regelmatig met ischias verward. De tabel hierboven vergelijkt die patronen. Het onderscheid maken blijft werk voor je huisarts.
Wanneer moet je met uitstralende beenpijn direct de huisarts bellen?
Bij plotseling krachtsverlies in beide benen, verlies van controle over blaas of darm, of gevoelsverlies in het zadelgebied, dus de binnenkant van je bovenbenen en het perineum. Ook bij snel toenemend krachtsverlies in één been. Verder bij koorts naast de rugpijn. Bel dan je huisarts, buiten kantooruren de huisartsenpost. Wat er daarna gebeurt bij een vermoeden van cauda-equinasyndroom, staat hierboven beschreven: de huisarts beoordeelt met spoed en schakelt zelf verder, ook een ambulance als dat nodig is. Onverklaard gewichtsverlies met pijn hoort hier niet bij: het staat niet in de publieksadviezen van Thuisarts.nl. Noem het wel als je je huisarts spreekt. ---

Bronnen

  1. van der Windt DA, Simons E, Riphagen II, et al. (2010). Physical examination for lumbar radiculopathy due to disc herniation in patients with low-back pain. Cochrane Database of Systematic Reviews. PMID: 20166095 [Systematische review - Cochrane] bron
  2. Koes BW, van Tulder MW, Peul WC (2007). Diagnosis and treatment of sciatica. BMJ, 334(7607):1313-1317. PMID: 17585160 [Narratieve/klinische review] bron
  3. Ropper AH, Zafonte RD (2015). Sciatica. New England Journal of Medicine, 372(13):1240-1248. PMID: 25806916 [Narratieve/klinische review] bron
  4. Parreira P, Maher CG, Steffens D, et al. (2018). Risk factors for low back pain and sciatica: an umbrella review. The Spine Journal. PMID: 29792997 [Umbrella review] bron
  5. Shiri R, Karppinen J, Leino-Arjas P, et al. (2007). Cardiovascular and lifestyle risk factors in lumbar radicular pain or clinically defined sciatica: a systematic review. European Spine Journal. PMID: 17525856 [Systematische review] bron
  6. NHG (2015). NHG-Standaard Lumbosacraal radiculair syndroom (M55), versie 3.0, juni 2015 (tweede herziening). Nederlands Huisartsen Genootschap. [Richtlijn] bron
  7. KNGF (2021). KNGF-richtlijn Lage rugpijn en lumbosacraal radiculair syndroom. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. [Richtlijn] bron
  8. NICE (2016). Low back pain and sciatica in over 16s: assessment and management (NG59). Geactualiseerd 11 december 2020. [Richtlijn]. NG59 draagt de uitspraken over cauda-equinasyndroom en progressieve neurologische uitval in dit artikel niet; die scope-uitsluiting is nog niet op het artefact zelf gelezen (zie ledgers/BRON-1.md §5) bron
Ronald de Jong
Oprichter & redacteur · Sustiro

Ordent peer-reviewed onderzoek tot bewijs-gegradeerde uitleg. Geen medische professional; Sustiro is evidence-based en science-led, niet medisch-gereviewd. Lees onze werkwijze →

De informatie in dit artikel is educatief en vormt geen medisch advies. Bespreek bloeduitslagen en risicofactoren altijd met je huisarts of een bevoegd zorgverlener.