Direct naar inhoud
Artrose

Artrose in de schouder: wat het is en wat eraan te doen valt

Snel antwoord

Artrose in de schouder betekent dat het kraakbeen van het kogelgewricht tussen bovenarm en schouderblad is veranderd. Het geeft pijn diep in de schouder, stijfheid die het ergst is na stilzitten, en soms een krakend gevoel bij draaien. Het is een stuk minder onderzocht dan artrose van knie en heup, waardoor er minder met zekerheid over te zeggen valt. Wat wel duidelijk is: schouderpijn heeft veel andere oorzaken die vaker voorkomen. Die eerst uitsluiten is de belangrijkste stap.

Redelijk bewijs

Educatief, vervangt geen medisch advies. Deze pagina helpt je een patroon herkennen, maar stelt geen diagnose.

⚠️ Let op deze klachten.

Is je gewricht ook dik en warm? Of rood of donkerder dan normaal? Dit kan komen door een ontsteking.
Bel je huisarts. Bel direct als je je daarbij ook ziek voelt of koorts hebt.

Bel je huisarts ook bij een schouder die je na een val of ongeluk niet meer kunt bewegen, of als je arm plotseling krachteloos is.

Bron van dit signaal en deze route: Thuisarts.nl, “Ik heb last van mijn gewrichten. Wat kan het zijn?” (NHG).


Wat je hieruit mag onthouden

  • Schouderartrose is veel zeldzamer dan slijtage in knie of heup, en veel minder onderzocht.
  • De meeste schouderpijn bij 50-plussers komt niet van artrose maar van de pezen eromheen.
  • Het bewijs over wat helpt komt grotendeels van knie en heup. Dat is indirect bewijs, en dat staat er in dit artikel telkens bij.
  • Bewegen blijft ook hier de eerste stap, en de schouder verstijft sneller dan andere gewrichten als je hem ontziet.

Begrijpen: wat er verandert in de schouder

Je schouder draagt geen gewicht, en dat verklaart veel
Je schouder draagt geen gewicht, en dat verklaart veel
Tekst bij deze plaat

Tweeluik. Links het kogelgewricht: de kop van je bovenarm draait in een ondiepe kom van je schouderblad, met de kraakbeenlaag die bij artrose dunner en onregelmatiger wordt en de rotatormanchet, de spieren en pezen eromheen. Rechts een staande figuur: knie en heup dragen bij elke stap je lichaamsgewicht, je schouder draagt geen gewicht en hangt er grotendeels bij. Daarom is schouderartrose veel zeldzamer, en veel minder onderzocht.

Het eerste wat de meeste mensen aan hun schouder merken, is dat hij niet meer overal komt waar hij vroeger kwam. Een jas aantrekken, iets van de bovenste plank pakken, je haar wassen: dat gaat stroef, en het gaat vaak al maanden stroever zonder dat je precies kunt zeggen sinds wanneer.

Je schouder is een kogelgewricht: de kop van je bovenarm draait in een ondiepe kom van je schouderblad. Die ondiepe kom geeft je schouder zijn enorme bewegingsvrijheid, en maakt hem tegelijk afhankelijk van de spieren en pezen eromheen, de rotatormanchet. Waar knie en heup hun stabiliteit uit hun vorm halen, haalt de schouder die uit spierwerk.

Bij artrose verandert het kraakbeen dat de kop en de kom bekleedt. Het wordt dunner en onregelmatiger, het bot eronder reageert met verdichting en botrandjes, en het gewrichtsslijmvlies kan geïrriteerd raken. De klassieke misvatting is dat dit pure slijtage is, alsof er een laag afslijt door gebruik. Maar kraakbeen is levend weefsel dat voortdurend wordt afgebroken en opgebouwd, en bij artrose raakt die balans verstoord. Gebruiken is dus niet hetzelfde als verslijten.

Waarom het in de schouder minder vaak speelt. Je schouder draagt geen gewicht. Knie en heup dragen bij elke stap je lichaamsgewicht, terwijl je schouder er grotendeels bij hangt. Dat verklaart waarom artrose daar veel vaker voorkomt en waarom vrijwel al het onderzoek naar artrose zich op die twee gewrichten richt.


Herkennen: is het artrose of iets anders?

Meestal is het iets anders. Daarom weegt dit onderscheid bij de schouder zwaarder dan bij welk ander gewricht ook. Wie boven de vijftig met schouderpijn bij de huisarts komt, hoort veel vaker iets over pezen dan over kraakbeen. Het loont dus om te weten welk beeld bij welke klacht hoort, al is het maar om het gesprek gerichter te voeren.

Beeld Waar en hoe Kenmerkend
Schouderartrose Diep in de schouder, soms naar de bovenarm Stijfheid na stilzitten, krakend gevoel bij draaien, geleidelijk ontstaan over jaren
Pezenpijn rotatormanchet Buitenkant schouder, vaak tot halverwege de bovenarm Pijn bij heffen boven schouderhoogte, pijn bij liggen op die zij
Bevroren schouder Diep, diffuus Bewegingsbeperking in álle richtingen, ook als een ander je arm beweegt
Slijmbeursontsteking Buitenkant, puntvormig Scherpe pijn bij een specifieke beweging
Uitstraling vanuit de nek Van nek over schouder naar arm Verandert met je nekstand, vaak tintelingen

Het meest onderscheidende kenmerk van artrose is passieve bewegingsbeperking mét krepitatie: je schouder komt niet ver, ook niet wanneer iemand anders hem beweegt, en er is een schurend gevoel. Bij pezenpijn is de beweging passief meestal wel mogelijk, alleen pijnlijk. Dat verschil is de reden dat een onderzoeker je arm zelf optilt in plaats van je te vragen hem te heffen.

Bij een bevroren schouder is de beweging óók passief beperkt, wat het onderscheid lastig maakt. Daar helpt het beloop: een bevroren schouder ontstaat in weken tot maanden en gaat gepaard met een fase van hevige pijn, terwijl artrose zich over jaren opbouwt. Loop je dus in gedachten terug en kun je geen begin aanwijzen, dan past dat beter bij artrose dan bij een schouder die vastvriest.

Een röntgenfoto laat gewrichtsspleetversmalling en botrandjes zien. Wat een foto niet doet, is zeggen hoeveel pijn daarbij hoort. Hoe nauw beeld en klachten bij de schouder samenhangen, is in de bronnen van dit artikel niet onderzocht. Ook een verband dat in een groep wél is gevonden, laat zich niet omkeren naar één persoon. Krijg je dus een verslag met stevige woorden erin, dan zegt dat minder over je vooruitzichten dan het lijkt.

Waar de pijn naartoe straalt

Voorbij de elleboog is het zelden je schouder
Voorbij de elleboog is het zelden je schouder
Tekst bij deze plaat

Een arm van schouder tot hand met een gestippelde grenslijn bij de elleboog. Tot de elleboog: pijn van de schouder zelf, diep in de schouder, soms doortrekkend naar de buitenkant van de bovenarm, verder komt hij zelden. Voorbij de elleboog, tot in onderarm, hand of vingers, zeker met tintelingen of een doof gevoel: dan eerder de nek. Verandert de pijn als je je hoofd draait of kantelt, dan is dat een tweede aanwijzing richting de nek.

Schouderartrose blijft meestal in de schouder zelf, maar veel mensen voelen hem wel doortrekken naar de buitenkant van de bovenarm, soms tot aan de elleboog. Verder dan de elleboog komt hij zelden.

Dat laatste is het onderscheid dat telt. Straalt de pijn door tot in je onderarm, hand of vingers? Zeker met tintelingen of een doof gevoel? Dan wijst dat eerder naar je nek dan naar je schouder. Een geprikkelde zenuwwortel in de nek geeft pijn in een strook die veel verder doorloopt dan een versleten gewricht. Verandert de pijn bovendien als je je hoofd draait of kantelt, dan is dat een tweede aanwijzing richting de nek. Voor de aanpak maakt dat verschil, want die is bij nek en schouder anders.

Bij vrouwen na de overgang

Rond en na de overgang krijgen sommige vrouwen meer last van hun gewrichten. Of de overgang daaraan bijdraagt en hoeveel, weten we nog niet: het onderzoek in deze synthese doet daar geen uitspraak over.

Wat wel praktisch is om te weten: nieuwe gewrichtspijn in die levensfase wordt soms te snel afgedaan als “de overgang”, terwijl het ook het begin van artrose kan zijn. Die twee vragen een ander gesprek. Beschrijf daarom wat je merkt en sinds wanneer, en laat de duiding aan je huisarts.


Beïnvloeden: wat er bekend is, en hoe hard

Eén studie gaat over het schoudergewricht zelf
Eén studie gaat over het schoudergewricht zelf
Tekst bij deze plaat

Herkomstkaart van de vijf bronnen van dit artikel. Groep knie en heup, waar vrijwel al het artroseonderzoek ligt: Weng 2023, oefentherapie deed op pijn en functie niet onder voor ontstekingsremmers en paracetamol, bewijslabel REDELIJK; Goh 2019, het effect verschilde per vorm en per uitkomst, deels onzeker; Marriott 2024, drie tot zes maanden krachttraining hielp, los van trainingsvolume en therapietrouw, REDELIJK. Groep schouderpijn in het algemeen: Steuri 2017, oefeningen gaven minder pijn dan niets doen, bij inklemmingsklachten en niet bij artrose, BEPERKT. Groep het schoudergewricht zelf: Familiari 2023, injecties met hyaluronzuur gaven aanwijzingen voor minder pijn, het aantal studies is klein, BEPERKT. Gestippelde pijlen voor indirect bewijs en het dichtstbijzijnde dat er is, een doorgetrokken pijl voor de enige studie over dit gewricht zelf. Conclusie: dat is indirect bewijs, en dat staat er in dit artikel telkens bij.

Het onderzoek naar schouderartrose zelf is schaars. In de literatuur die voor dit artikel is doorzocht, staat één studie die zich uitsluitend op het schoudergewricht richt, en die gaat over injecties met hyaluronzuur (Familiari, 2023). De rest van wat hieronder staat komt van knie- en heuponderzoek, of van onderzoek naar schouderpijn in het algemeen. Dat is indirect bewijs, en dat verlaagt de zekerheid. Dit is een van die gebieden waar meer data ontbreekt dan beschikbaar is.

Bewegen

Bij knie- en heupartrose deed oefentherapie op pijn en functie niet onder voor ontstekingsremmers en paracetamol [REDELIJK] (Weng, 2023). Welke oefenvorm je kiest, maakt wel iets uit: het effect verschilde per vorm en per uitkomst, al zijn de schattingen voor een deel van de vormen onzeker (Goh, 2019).

Krachttraining van drie tot zes maanden gaf bij knie- en heupartrose minder pijn en een beter functioneren, ongeacht hoeveel er in totaal getraind werd of hoe trouw mensen hun schema volgden [REDELIJK] (Marriott, 2024). Dat is een geruststellender bevinding dan hij op het eerste gezicht lijkt: het betekent dat je door het rustig aan te doen waarschijnlijk weinig misloopt, al is dat voor de schouder niet apart onderzocht.

Voor schouderpijn in bredere zin is er wél rechtstreeks bewijs. Mensen met inklemmingsklachten kregen van oefeningen minder pijn en gingen beter functioneren dan wanneer ze niets deden, al noemen de onderzoekers de kwaliteit van dat bewijs zeer laag [BEPERKT] (Steuri, 2017). Artrose is dat niet, maar het is het dichtstbijzijnde onderzoek dat er is.

Praktisch: een schouder die je ontziet, verstijft. Dat is bij dit gewricht een reëler risico dan bij knie of heup, doordat je een arm makkelijker kunt sparen dan een been. Je loopt nu eenmaal wel naar de keuken, en je tilt je arm niet boven je hoofd als het pijn doet. Dagelijks door je volledige bereik bewegen, ook op slechte dagen, is het advies dat bij vrijwel elk schouderprobleem terugkeert.

Injecties

Injecties met hyaluronzuur in het schoudergewricht gaven aanwijzingen voor minder pijn. Het aantal studies is klein en de kwaliteit loopt uiteen, dus hard is dit niet [BEPERKT] (Familiari, 2023). Het hele oordeel rust hier op die ene meta-analyse. Of het voor jou zinvol is, bespreek je met je arts.


Structureren: wat je zelf doet

Een schouder die je ontziet, verstijft
Een schouder die je ontziet, verstijft
Tekst bij deze plaat

Twee rijen waaiers tonen dezelfde schouder onder twee gewoontes, met de tijd van links naar rechts. Bovenste rij, de schouder langdurig ontzien: de waaier van de bewegingsuitslag wordt per stap kleiner, de gestippelde lijn markeert wat eerst nog haalbaar was; de bewegingsuitslag krimpt, de schouder verstijft. Onderste rij, dagelijks door je volledige bereik bewegen, rustig, zonder forceren, ook op slechte dagen: de waaier blijft even breed. Daaronder: pas aan in plaats van te stoppen, boven schouderhoogte werken kan vaak lager, tillen kan vaak dichter bij je lichaam, vermijd langdurig dezelfde houding zoals slapen op de aangedane zij, en ga naar de fysiotherapeut voor de opbouw. Onderaan de huisarts als de pijn na zes weken niet minder wordt, als je schouder in korte tijd duidelijk stijver is geworden, of als je ’s nachts wakker ligt van de pijn.

Deze vier dingen komen in vrijwel elk advies over een stijve schouder terug. Ze kosten je geen apart uur in de week, maar vragen wel dat je ze niet laat versloffen op de dagen dat het meevalt.

  • Beweeg dagelijks door je volledige bereik. Rustig, zonder forceren, ook als het niet nodig voelt.
  • Vermijd langdurig dezelfde houding. Slapen op de aangedane zij is voor veel mensen de grootste boosdoener.
  • Pas aan in plaats van te stoppen. Boven schouderhoogte werken kan vaak lager, en tillen kan vaak dichter bij je lichaam.
  • Ga naar de fysiotherapeut voor de opbouw. Welke oefening past, hangt af van welk van de vijf beelden hierboven speelt.

De volgorde van dat rijtje is geen toeval: dagelijks bewegen weegt het zwaarst, en de rest maakt vooral dat je het volhoudt.

Maak een afspraak bij je huisarts als de pijn na zes weken niet minder wordt, als je schouder in korte tijd duidelijk stijver is geworden, of als je ‘s nachts wakker ligt van de pijn. De klachten die niet kunnen wachten staan boven aan dit artikel.


Bewijsoverzicht

Hoe je de bewijslabels leest. De schaal heeft vier treden. STERK, REDELIJK, WISSELEND en BEPERKT zeggen iets over de kwaliteit van het onderzoek achter een uitspraak, en niet over hoe goed iets bij jou gaat werken. VOORLOPIG en EXPERTOORDEEL zijn geen trede maar een vlag. Ze zeggen niet dat het bewijs zwak is. Ze zeggen dat het om een ander soort uitspraak gaat: om iets wat nog te vroeg is om te wegen, of om het oordeel van een deskundige. Is er geen bruikbaar onderzoek, dan staat er helemaal geen label en zegt de zin dat er zelf bij. Of een richtlijn iets aanraadt of afraadt, is een advies en geen bewijsniveau. In lopende tekst staat een label tussen blokhaken, in een tabel als kaal woord in de labelkolom. Staat er geen label, dan gaat de zin niet over een effect. Zo komen onze labels tot stand.

Uitspraak Niveau Waarom dit niveau
Oefentherapie doet bij knie- en heupartrose op pijn en functie niet onder voor ontstekingsremmers en paracetamol REDELIJK Netwerkmeta-analyse van 152 gerandomiseerde studies. Er was geen placebo en geen blindering, wat volgens de auteurs het effect van beide behandelingen kan overschatten. Voor de schouder indirect bewijs
Krachttraining van drie tot zes maanden geeft bij knie- en heupartrose minder pijn en een beter functioneren, ongeacht trainingsvolume en therapietrouw REDELIJK Meta-analyse van 280 gerandomiseerde studies. Voor de schouder indirect bewijs
Oefeningen bij inklemmingsklachten van de schouder geven minder pijn en een beter functioneren dan niets doen BEPERKT Meta-analyse van gerandomiseerde studies; de auteurs noemen de kwaliteit van het bewijs voor alle vergelijkingen zeer laag. Gaat over inklemmingsklachten, niet over artrose
Injecties met hyaluronzuur in het schoudergewricht geven mogelijk minder pijn BEPERKT Meta-analyse van 15 gerandomiseerde studies bij 1.023 mensen met schouderartrose, de enige bron over dit gewricht zelf. Bij bijna de helft van de studies is vertekening door de loting waarschijnlijk

Beperkingen van dit artikel

Dit is een synthese van onderzoek, geen diagnose. Schouderartrose is zelf nauwelijks onderzocht. Het meeste van wat hier over behandeling staat, komt van knie en heup, en dat is dus indirect bewijs. Waar dat zo is, staat het erbij. Het label geldt dan voor knie en heup; voor de schouder is het bewijs minder zeker.

Niet alles wat op dit terrein bestaat komt hier langs: dit is een synthese en geen volledige review.

Foutje gevonden? Mail naar feedback@sustiro.com en de correctie staat er binnen 5 werkdagen.


Veelgestelde vragen

Wat mag je niet doen bij artrose in de schouder?
Er is geen lijst met verboden bewegingen die voor iedereen geldt. Wat breed wordt afgeraden is de schouder langdurig ontzien, want dan verstijft hij. Wat de meeste mensen zelf ontdekken: langdurig boven schouderhoogte werken en slapen op de aangedane zij zijn de twee grootste boosdoeners.
Welke drie symptomen zijn kenmerkend voor artrose?
Pijn die opkomt bij belasten en zakt bij rust, stijfheid die het ergst is na stilzitten en binnen een halfuur wegtrekt, en een verminderde bewegingsuitslag. Bij de schouder komt daar vaak een schurend of krakend gevoel bij het draaien bij.
Wat is het verschil tussen schouderartrose en een rotatorenmanchetblessure?
Bij artrose is de beweging ook beperkt wanneer iemand anders je arm beweegt, en er is vaak krepitatie. Bij pezenpijn is die passieve beweging meestal wel mogelijk, alleen pijnlijk, en zit de pijn meer aan de buitenkant van je schouder. Hoe artrose als proces werkt, ongeacht welk gewricht het treft, staat in het overzichtsartikel over artrose.
Wat is het beste medicijn tegen artrose?
Er is geen medicijn dat artrose stopt of terugdraait. Voor pijn en functie bij knie- en heupartrose bleken oefentherapie en de gangbare pijnstillers in vergelijkend onderzoek vergelijkbaar te presteren **** (Weng, 2023). Welke pijnstilling voor jou passend is, hangt af van je andere aandoeningen en medicijnen; dat is een gesprek met je huisarts.
Is calcium goed voor artrose?
De bronnen in dit artikel zeggen daar niets over. Calcium speelt een rol bij botsterkte en osteoporose, en dat is een andere aandoening dan artrose. Welke supplementen bij artrose zijn onderzocht en hoe hard dat bewijs per middel is, staat in het overzichtsartikel over artrose.
Wanneer is een schouderprothese nodig?
Zelden vroeg in het traject. Een prothese komt in beeld wanneer de pijn en de beperking het dagelijks leven blijvend bepalen ondanks dat oefentherapie en aanpassingen zijn geprobeerd. Er zijn verschillende soorten, waaronder een prothese die alleen de kop vervangt en een omgekeerde variant die wordt gekozen wanneer de rotatormanchet niet meer functioneert. Welke past, hangt af van de toestand van het bot en van de pezen. Dat is een beslissing van jou samen met een orthopedisch chirurg.
Kan artrose in de schouder weer overgaan?
De veranderingen in het kraakbeen gaan niet terug. Klachten wel: veel mensen hebben periodes waarin het duidelijk beter gaat. ---

Bronnen

  1. Familiari F, Ammendolia A, Rupp MC et al. (2023). Efficacy of intra-articular injections of hyaluronic acid in patients with glenohumeral joint osteoarthritis: A systematic review and meta-analysis. J Orthop Res. PMID: 37314198 · · [Meta-analyse] bron
  2. Weng Q, Goh SL, Wu J et al. (2023). Comparative efficacy of exercise therapy and oral non-steroidal anti-inflammatory drugs and paracetamol for knee or hip osteoarthritis: a network meta-analysis of randomised controlled trials. Br J Sports Med. PMID: 36593092 · · [Meta-analyse] bron
  3. Goh SL, Persson MSM, Stocks J et al. (2019). Relative Efficacy of Different Exercises for Pain, Function, Performance and Quality of Life in Knee and Hip Osteoarthritis: Systematic Review and Network Meta-Analysis. Sports Med. PMID: 30830561 · · [Meta-analyse] bron
  4. Marriott KA, Hall M, Maciukiewicz JM et al. (2024). Are the Effects of Resistance Exercise on Pain and Function in Knee and Hip Osteoarthritis Dependent on Exercise Volume, Duration, and Adherence? A Systematic Review and Meta-Analysis. Arthritis Care Res. PMID: 38317328 · · [Meta-analyse] bron
  5. Steuri R, Sattelmayer M, Elsig S et al. (2017). Effectiveness of conservative interventions including exercise, manual therapy and medical management in adults with shoulder impingement: a systematic review and meta-analysis of RCTs. Br J Sports Med. PMID: 28630217 · · [Meta-analyse] bron
  6. Elke bron hierboven is terug te vinden via het PMID en de DOI die erbij staan
Ronald de Jong
Oprichter & redacteur · Sustiro

Ordent peer-reviewed onderzoek tot bewijs-gegradeerde uitleg. Geen medische professional; Sustiro is evidence-based en science-led, niet medisch-gereviewd. Lees onze werkwijze →

De informatie in dit artikel is educatief en vormt geen medisch advies. Bespreek bloeduitslagen en risicofactoren altijd met je huisarts of een bevoegd zorgverlener.