Direct naar inhoud
Artrose

Artrose in de handen: symptomen, knobbels en wat helpt

Snel antwoord

Artrose in de handen is een proces waarbij het kraakbeen - het gladde weefsel dat gewrichten beschermt - in de vingers, duim en pols geleidelijk verandert. Kenmerkend zijn harde knobbels op de eindkootjes (Heberden-knobbels) en de middelste kootjes (Bouchard-knobbels), en pijn in de basis van de duim (CMC1-gewricht). Het treft vooral vrouwen rond en na de menopauze. Er is geen behandeling die hand-artrose stopt. Topicale NSAID's zijn in de EULAR-aanbevelingen de eerste medicamenteuze keuze (Kloppenburg, 2019) [REDELIJK]; oefentherapie geeft een klein effect op pijn en functie, maar het bewijs daarvoor is van lage kwaliteit (Østerås, 2017) [BEPERKT].

Redelijk bewijs

📚 Bronnen: EULAR 2018 / ACR 2019 / NHG-Standaard Hand- en polsklachten / Cochrane

⚠ Educatief, geen medisch advies. Dit artikel vat samen wat richtlijnen en systematisch onderzoek over hand-artrose zeggen. Het vervangt geen diagnose en geen behandeling. Raadpleeg je huisarts bij aanhoudende of nieuwe klachten, en zie de rode vlaggen verderop.


Wat dit artikel NIET is: een bewering dat artrose verdwijnt of een wonderoplossing-stack.
Wat het WEL is: een synthese van wat EULAR, ACR en de NHG adviseren – met expliciete bewijsgraderingen, zodat je weet wat sterk onderbouwd is en wat nog onzeker.


⚠ Let op deze klachten.

Is je gewricht ook dik en warm? Of rood of donkerder dan normaal? Dit kan komen door een ontsteking.
Bel je huisarts. Bel direct als je je daarbij ook ziek voelt of koorts hebt.

Bron van dit signaal en deze route: Thuisarts.nl, “Ik heb last van mijn gewrichten. Wat kan het zijn?” (NHG).

⚠ Wanneer ga je naar de huisarts?

Wat je merkt Waar het op kan wijzen Wat je doet
Symmetrische klachten in beide handen én de knokkels (MCP) zijn aangedaan Reumatoïde artritis Vraag je huisarts om verwijzing naar een reumatoloog
De pijn wordt snel erger of is ‘s nachts sterk aanwezig Iets anders dan artrose Maak op korte termijn een afspraak bij je huisarts
Je knijpkracht gaat snel achteruit Een zenuw- of gewrichtsoorzaak die beoordeling vraagt Maak op korte termijn een afspraak bij je huisarts

Deze kenmerken kunnen wijzen op reumatoïde artritis of een andere aandoening die een andere behandeling vraagt. Juist in het begin zijn ze het makkelijkst te verwarren met beginnende hand-artrose.


In het kort

  • Wat het is: kraakbeenverandering in de vingers, duim en pols, met harde knobbels op de eind- en middelste kootjes en pijn in de duimbasis. Zit de pijn vooral onderaan je duim bij knijpen en draaien, dan gaat de duimbasis en wat een brace daar doet daar apart op in.
  • Herkennen: de ochtendstijfheid duurt kort. Zacht-gezwollen knokkels, symmetrische klachten of ziek zijn passen niet bij artrose – dat hoort bij de huisarts.
  • Wat helpt: topicale NSAID’s zijn in de EULAR-aanbevelingen de eerste medicamenteuze keuze (Kloppenburg, 2019); een duimbasisorthese krijgt van de ACR een sterke aanbeveling (Kolasinski, 2020).
  • Wat bescheiden is: handoefeningen geven kleine effecten op pijn, functie en stijfheid, van lage bewijskwaliteit, en die effecten houden op langere termijn niet aan (Østerås, 2017).
  • Wat niet onderbouwd is: glucosamine, en bij hand-artrose ook PRP en stamceltherapie – daar is geen hand-specifiek bewijs voor.

Dit artikel gaat over begrijpen wat hand-artrose is en wat je eraan kunt doen.


Hoe voelt en ziet artrose in de handen eruit?

Veel mensen met artrose in hun handen omschrijven het als een zeurende, brandende pijn die erger wordt als je je handen gebruikt. Ochtendstijfheid – een stijf gevoel na rust – hoort erbij, maar duurt bij artrose doorgaans korter dan 30 minuten. Dat is een belangrijk verschil met reumatoïde artritis, waarbij de stijfheid langer dan 30 minuten aanhoudt en vaak een uur of meer duurt.

Heberden-knobbels zijn harde uitgroeiingen op het eindkootje (DIP-gewricht – het verste kootje van je vinger). Ze zijn vaak pijnlijk bij het begin van gebruik, terwijl ze in rust pijnloos kunnen worden. Bouchard-knobbels zitten op het middelste kootje (PIP-gewricht) en gaan vaker gepaard met bewegingsverlies. Dit zijn de knobbels die mensen bedoelen als ze het over “knobbels op de kootjes” hebben.

Pijn in de basis van de duim – vlak boven de overgang van pols naar duim – wijst op CMC1-artrose, ook wel rhizartrose genoemd. Het gewricht zit tussen de duimbasis en het handwortelbeentje. Knijpen, een pot opendraaien, een sleutel omdraaien: dat zijn precies de bewegingen die bij CMC1-artrose pijn geven. Dat rijtje is niet toevallig: het zijn stuk voor stuk grepen. Daarom zijn er voor juist dit gewricht een eigen spalk en eigen hulpmiddelen.


Welke gewrichten in de hand zijn aangetast?

Wat knelt er in je dag, en wat neemt het weg?
Wat knelt er in je dag, en wat neemt het weg? · Bron: Kloppenburg 2019
Tekst bij deze plaat

Vijf dagelijkse handelingen gekoppeld aan het gewricht dat knelt en aan het hulpmiddel dat de belasting wegneemt: een pot opendraaien en een sleutel omdraaien vragen kracht van de duimbasis, het CMC1-gewricht, waarvoor een pot- en flesopener en een CMC1-spalk bestaan; knoopjes dichtdoen, een jasrits dichttrekken en schrijven vragen precisie van de vingerkootjes en de duim, waarvoor een knoopjestrekker, een ritstrekker en een ergonomische pen met dikkere grip bestaan.

Artrose in de hand zit vrijwel altijd in dezelfde vier zones, ook al telt de hand tientallen kleine gewrichten. De meeste daarvan spelen bij artrose nauwelijks een rol. Welk gewricht het is, bepaalt wat je merkt, wat er aan te doen valt en of het überhaupt om artrose gaat.

  • DIP (distaal interfalangeaal) – het eindkootje; locatie van Heberden-knobbels
  • PIP (proximaal interfalangeaal) – het middelste kootje; locatie van Bouchard-knobbels
  • MCP (metacarpofalangeaal) – het knokkelgewricht; minder vaak bij artrose, vaker bij reuma
  • CMC1 – duimbasis; veel voorkomend en functioneel impactvol

Van die vier zijn DIP, PIP en CMC1 de drie waar artrose zich meestal laat zien. De knokkels blijven er opvallend vaak buiten, wat bruikbaar is voor het onderscheid met reuma. Zijn je MCP-gewrichten (knokkels) aangetast en voelen de knobbels zacht en gezwollen aan? Ga dan langs bij de huisarts – dat patroon past eerder bij reumatoïde artritis.


Het verschil met reuma: een kritisch onderscheid

Hand-artrose en reumatoïde artritis komen bij een ander specialisme terecht en vragen een heel andere aanpak, dus het verschil kennen scheelt zowel onnodige angst als verloren tijd. Wie de twee verwart, jaagt op een spook of loopt er juist een voorbij. Voor dat laatste zijn de signalen hierboven bedoeld.

Kenmerk Hand-artrose Reumatoïde artritis
Mechanisme Degeneratief Auto-immuunziekte
Aangedane gewrichten DIP / PIP / CMC1 (distaal), vaak asymmetrisch MCP + pols (proximaal), vaak symmetrisch
Ochtendstijfheid Kort – minder dan 30 min Langer dan 30 min, vaak een uur of meer
Knobbels Hard (bot) Zacht, gezwollen (synoviaal)
Bloedonderzoek Meestal normaal Verhoogd CRP/ESR, soms positief RF of anti-CCP
Specialisme Huisarts / orthopeed Reumatoloog

Bij twijfel – zeker als de knobbels zacht en warm aanvoelen, als de klachten symmetrisch zijn, of als je je algemeen ziek voelt – is een bezoek aan de huisarts aangewezen. Twijfel is hier genoeg reden.


Oorzaken en risicofactoren

Hand-artrose ontstaat niet door één oorzaak maar door meerdere factoren die elkaar versterken. De vraag die daaronder ligt is bijna altijd dezelfde: komt dit door mijn werk, of door wat ik met mijn handen heb gedaan? Bij de hand is het antwoord duidelijker dan bij de knie en het valt anders uit dan de meeste mensen verwachten.

Erfelijkheid speelt bij hand-artrose een duidelijke rol: familiair voorkomen is gebruikelijk, zeker bij de knobbel-variant. Had je moeder of grootmoeder Heberden-knobbels, dan is de kans groter dat jij ze ook krijgt. Geslacht telt ook: hand-artrose komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. De klachten beginnen vaak rondom de menopauze. De precieze rol van de daling van oestrogeen is nog onderwerp van onderzoek, maar de associatie wordt consistent waargenomen. Dat blijft een verband en het is geen verklaring.

Eerdere handblessures – een oude breuk of bandletsel – verhogen de kans op artrose in dat gewricht. Zwaar herhaald handwerk wordt vaak als oorzaak genoemd, maar het bewijs hiervoor is minder eenduidig dan veel mensen denken.


Behandeling: wat helpt en hoe sterk is het bewijs?

Er bestaat geen behandeling die hand-artrose omkeert, maar er is meer mogelijk dan veel mensen na een standaard huisartsbezoek denken. Bij de hand weegt de sterkte van het bewijs zwaarder dan bij welk ander gewricht ook. Vrijwel al het artrose-onderzoek gaat over knie en heup: de hand lift mee op aanbevelingen die elders zijn gemeten. Daarom staat per behandeling niet alleen of ze wordt aanbevolen, maar ook hoe sterk het bewijs eronder is.

Topicale NSAID’s

Diclofenac-gel of ibuprofen-gel (plaatselijk aangebracht op het gewricht) is volgens de EULAR-aanbevelingen voor hand-artrose (2018-update) de eerste medicamenteuze keuze (Kloppenburg, 2019) [REDELIJK]. Dat label rust op wat EULAR zelf over de bewijskwaliteit noteert – Oxford-niveau 1b, en in de begeleidende literatuurreview “low RoB” en “as assessed in high-quality trials” (Kroon, 2018) – en niet op de aanbeveling. Meer dan REDELIJK wordt het niet: het gaat om één RCT, het effect bleef onder de drempel voor klinische relevantie, en langetermijndata ontbreken. Dat “eerste keuze” is een aanbeveling en geen effectmaat. Het label volgt de aanbeveling dan ook niet: de ACR/Arthritis Foundation-richtlijn geeft topicale NSAID’s bij hand-artrose een voorwaardelijke aanbeveling, en de sterke aanbeveling geldt daar voor knie-artrose (Kolasinski, 2020). In de literatuurreview die onder de EULAR-aanbeveling ligt, bleken topicale en orale NSAID’s even effectief, maar gaven de topicale vormen minder bijwerkingen. Diezelfde review tekent aan dat veel van de onderliggende studies een hoog risico op vertekening hebben, vooral door gebrekkige randomisatie of blindering (Kroon, 2018).

Oefentherapie

Oefentherapie wordt door zowel EULAR (Kloppenburg, 2019) als de ACR/Arthritis Foundation aanbevolen als onderdeel van de eerste stap. De ACR maakt er ook bij hand-artrose een sterke aanbeveling van, maar schrijft er zelf bij dat er voor de hand aanzienlijk minder bewijs is dan voor knie en heup (Kolasinski, 2020). De Cochrane-review over handoefeningen poolde vijf studies, met bewijs van lage kwaliteit voor kleine gunstige effecten op handpijn, functie en vingerstijfheid. Het positieve effect hield op middellange en lange termijn niet aan (Østerås, 2017) [BEPERKT]. De vergelijking is met niet-oefenen of met een ander oefenprogramma, niet met een medicamenteuze behandeling. Drie studies rapporteerden bijwerkingen – toegenomen ontsteking van de vingergewrichten en handpijn. Het waren er weinig en ze waren niet ernstig, maar de schatting is te onzeker om er iets uit af te leiden (Østerås, 2017). Bescheiden is intussen niet hetzelfde als nul. Regelmatig bewegen kan de gewrichten soepeler houden en de omringende spieren versterken, en dat is winst waar je zelf over gaat, zolang je er geen dramatisch effect van verwacht.

Ergotherapie, gewrichtsbescherming en hulpmiddelen

Een ergotherapeut kijkt naar jouw dagelijkse handelingen en adviseert aanpassingen. EULAR beveelt gewrichtsbescherming en hulpmiddelen aan, maar in de onderliggende literatuurreview kwamen de positieve resultaten hiervoor uit losse studies, niet uit gepoolde analyses (Kroon, 2018) [BEPERKT]. Binnen die context is dat verdedigbaar, want een pot anders vastpakken kent geen dosering en geen bijwerkingenprofiel, en dan weegt een dunne bewijslaag anders dan bij iets wat je slikt of laat inspuiten. Het is dus een zinnige, laagdrempelige stap, alleen niet een die op een grote bewijsberg rust.

Hand-orthese bij CMC1-artrose

Langdurig spalken van de duimbasis staat in de EULAR-literatuurreview bij de niet-medicamenteuze behandelingen met een gunstig effect (Kroon, 2018), en de ACR/Arthritis Foundation-richtlijn doet hier een van haar weinige sterke aanbevelingen: een orthese voor het CMC1-gewricht (Kolasinski, 2020) [REDELIJK]. De aanbeveling is stellig maar weinig specifiek. Welke uitkomst precies verbetert – pijn, functie of knijpkracht – splitsen die bronnen niet uit. Veel mensen dragen de spalk ‘s nachts of bij belastende activiteiten.

Orale NSAID’s en paracetamol

Orale NSAID’s (zoals ibuprofen of naproxen) geven kortdurend pijnverlichting en zijn even effectief als de topicale vorm, maar met meer bijwerkingen (Kroon, 2018) [REDELIJK]. Ze worden niet als standaardmedicatie aanbevolen bij langdurig gebruik – zeker niet bij 55-plussers. Voor paracetamol werd in dezelfde literatuurreview geen duidelijk gunstig effect gevonden (Kroon, 2018) [BEPERKT]; de ACR/Arthritis Foundation-richtlijn beveelt paracetamol voorwaardelijk aan (Kolasinski, 2020).

Corticosteroïd-injecties

Injecties met een corticosteroïd in pijnlijke DIP- of PIP-gewrichten lieten in losse studies een positief resultaat zien; bij de duimbasis werd juist géén duidelijk gunstig effect gevonden (Kroon, 2018) [BEPERKT]. Geen routinebehandeling dus. Het effect verschilt per gewricht en per persoon.

Glucosamine, chondroïtine en PRP

Glucosamine en chondroïtine worden vaak in één adem genoemd, terwijl het verschillende middelen zijn. Dat onderscheid verdwijnt vrijwel altijd in de populaire samenvattingen. Voor glucosamine bleek in de Cochrane-review dat het voordeel volledig afhing van het gebruikte preparaat: studies met het Rotta-preparaat lieten effect zien op pijn, studies met andere preparaten niet – en de acht studies met adequate toewijzingsverberging lieten géén voordeel zien op pijn of WOMAC-functie (Towheed, 2005) [BEPERKT]. Let daarbij op de populatie: die review gaat over artrose in het algemeen en leunt vooral op knie-onderzoek. De literatuurreview die specifiek naar hand-artrose keek, kwam glucosamine niet tegen bij de beoordeelde behandelingen (Kroon, 2018). Voor chondroïtine ligt het bij de hand nét anders. In de EULAR-literatuurreview lieten losse studies een positief resultaat zien bij hand-artrose (Kroon, 2018), en de ACR/Arthritis Foundation-richtlijn beveelt chondroïtine bij hand-artrose voorwaardelijk aan (Kolasinski, 2020) [BEPERKT]. Dat rust op één of enkele studies, dus het is geen basis voor een stevige aanbeveling.

PRP (plaatjesrijk plasma-injecties) komt in de EULAR-literatuurreview over hand-artrose niet voor bij de beoordeelde behandelingen (Kroon, 2018) en staat evenmin in de EULAR- of ACR-aanbevelingen (Kloppenburg, 2019; Kolasinski, 2020). Het gaat dus niet om onderzocht en niets gevonden maar om nooit onderzocht: er is geen hand-specifiek bewijs om iets op te bouwen. Warmte en koude worden in de ACR-richtlijn voorwaardelijk aanbevolen bij artrose (Kolasinski, 2020); de risico’s zijn laag.


Hand-oefeningen: vijf die je kunt proberen

Handoefeningen: wat je doet en hoeveel
Handoefeningen: wat je doet en hoeveel · Bron: Østerås 2017
Tekst bij deze plaat

Doseringsschema van vijf handoefeningen: vingers buigen en strekken 10 herhalingen, 2 keer per dag; een zachte vuist maken 10 herhalingen van 5 seconden; duim-oppositie, met de duim de top van elke vinger aanraken, 5 rondjes per hand; vingers spreiden 10 herhalingen van 3 seconden; en pols-rotatie 5 keer linksom en 5 keer rechtsom.

Dit vijftal is een illustratie, geen onderzocht programma. De Cochrane-review over handoefeningen bundelt zeven studies die sterk uiteenliepen in aantal, soort en frequentie van de oefeningen, en beschrijft geen schema dat je hier zou kunnen overnemen (Østerås, 2017). Voer ze uit zonder kracht te zetten, stop bij pijn, en laat een ergotherapeut of fysiotherapeut meekijken als je twijfelt.

  1. Vingers buigen en strekken – Strek de vingers volledig, buig ze dan rustig tot een lichte vuist. 10 herhalingen, 2 keer per dag.
  2. Zachte vuist maken – Sluit de hand tot een zachte vuist alsof je een ei vasthoudt. Houd 5 seconden vast, ontspan. 10 herhalingen.
  3. Duim-oppositie – Raak met je duim de top van elke vinger aan, één voor één. 5 rondjes per hand.
  4. Vingers spreiden – Leg de hand plat neer, spreid de vingers zo ver mogelijk. Houd 3 seconden vast. 10 herhalingen.
  5. Pols-rotatie – Draai de pols langzaam in een cirkel, 5 keer links- en 5 keer rechtsom.

Begin met één of twee oefeningen als je net start. Meer is hier niet beter. Overleg met een ergotherapeut of fysiotherapeut als je twijfelt over de belasting.


Handhulpmiddelen en ergotherapie

Hulpmiddelen veranderen het gewricht niet, maar verlichten de belasting erop bij de handelingen die je elke dag doet. Een ergotherapeut bekijkt samen met je welke aanpassingen daarbij passen (Kroon, 2018).

Dit zijn de vier hulpmiddelen die mensen met hand-artrose het vaakst noemen:
– Knoopjestrekker – voor kleding met kleine knopen
– Fles- en potopener – verlicht de belasting van de grip bij CMC1-artrose
– Ergonomische pennen – dikkere grip, minder knijpkracht nodig
– Ritstrekker – vermindert belasting bij een jasrits

Ook de duimspalk voor CMC1-artrose is een hulpmiddel; wat hij doet en wanneer je hem draagt, staat hierboven bij de behandeling.


Beperkingen van dit artikel

Dit artikel leunt op internationale richtlijnen en systematisch onderzoek. Dat heeft grenzen. Groepsgemiddelden gelden niet voor iedereen en de variatie bij hand-artrose is groot. Veel van het bewijs eronder komt uit studies met een beperkte looptijd en van lage methodologische kwaliteit (Østerås, 2017). Nieuwere interventies zoals PRP en stamceltherapie zijn niet voldoende onderzocht om aan te bevelen. Ik houd het hier bij het overzicht en de weging. Dit artikel vervangt geen individueel advies van een arts, ergotherapeut of fysiotherapeut.


Samenvatting

Hand-artrose treft vooral vrouwen rond en na de menopauze en kenmerkt zich door Heberden- en Bouchard-knobbels en pijn in de duimbasis. Het verschilt fundamenteel van reumatoïde artritis – dat onderscheid is klinisch belangrijk. Topicale NSAID’s zijn in de EULAR-aanbevelingen de eerste medicamenteuze keuze (Kloppenburg, 2019); de ACR is bij hand-artrose voorzichtiger (Kolasinski, 2020). Oefentherapie en gewrichtsbescherming zijn zinvolle stappen, maar het bewijs erachter is bescheiden (Østerås, 2017; Kroon, 2018). Handhulpmiddelen verlichten het dagelijks leven. Met zulke stappen is het functieverlies deels te beïnvloeden.

Wil je begrijpen hoe artrose zich verhoudt tot andere pijnaandoeningen? Lees meer op de artrose-overzichtspagina of verken hoe pijn chronisch kan worden via centrale sensitisatie – een mechanisme dat ook bij langdurige hand-artrose een rol kan spelen.

Sustiro werkt aan digitale cursussen op basis van De Sustiro Methode. Schrijf je in voor de nieuwsbrief.


Bewijs-overzicht

Waarom dit erbij staat: elke interventie in dit artikel krijgt een bewijsgradering. Zo weet je wat sterk onderbouwd is en wat nog onzeker. Foutje gevonden? Mail naar feedback@sustiro.com en de correctie staat er binnen 5 werkdagen.

Interventie Bewijs Belangrijkste bron Wat het bewijs WEL / NIET zegt
Topicale NSAID’s REDELIJK Kloppenburg 2019 (EULAR 2018-update); Kroon 2018; Kolasinski 2020 Wel: eerste medicamenteuze keuze in EULAR, minder bijwerkingen dan tabletten / NIET: structurele verbetering; ACR geeft bij hánd-artrose slechts een voorwaardelijke aanbeveling
Oefentherapie BEPERKT Østerås 2017 (Cochrane) Wel: klein effect op pijn, functie, stijfheid / NIET: effect houdt niet aan op langere termijn; bewijs van lage kwaliteit
Ergotherapie / gewrichtsbescherming BEPERKT Kroon 2018 (EULAR-literatuurreview) Wel: positief in losse studies / NIET: gepoold bewijs uit grote studies
CMC1-orthese / duimspalk REDELIJK Kroon 2018; Kolasinski 2020 Wel: langdurig spalken duimbasis gunstig; sterke ACR-aanbeveling / NIET: welke uitkomst verbetert, is niet uitgesplitst
Orale NSAID’s REDELIJK Kroon 2018 Wel: even effectief als topicaal / NIET: geschikt voor langdurig gebruik bij ouderen
Paracetamol BEPERKT Kroon 2018; Kolasinski 2020 Wel: voorwaardelijk aanbevolen door de ACR / NIET: duidelijk gunstig effect aangetoond
Corticosteroïd-injectie (DIP/PIP) BEPERKT Kroon 2018 Wel: positief in losse studies / NIET: effect bij duimbasis; geen routinebehandeling
Chondroïtine (hand) BEPERKT Kroon 2018; Kolasinski 2020 Wel: positief in losse studies bij hand-artrose; voorwaardelijke ACR-aanbeveling / NIET: bevestigd in grote studies
Glucosamine BEPERKT Towheed 2005 Wel: effect alleen bij het Rotta-preparaat / NIET: voordeel in de acht studies met adequate toewijzingsverberging; niet hand-specifiek onderzocht
Warmte / koude BEPERKT Kolasinski 2020 Wel: voorwaardelijk aanbevolen bij artrose, lage risico’s / NIET: hand-specifieke effectmaat
PRP / stamceltherapie voorlopig – buiten de bewijsschaal geen hand-specifieke bron Komen in Kroon 2018 niet voor bij de beoordeelde behandelingen en staan niet in de EULAR- of ACR-aanbevelingen

Twee van de zeven bronnen in de lijst hieronder zijn hetzelfde project. De literatuurreview van Kroon zegt in zijn eigen titel dat hij de EULAR-aanbevelingen van Kloppenburg heeft geïnformeerd. Wie in dit artikel twee keer EULAR tegenkomt, leest dus één keer een aanbeveling en één keer het bewijs eronder, en niet twee losse bevestigingen.


Zelf aanpakken, of naar de huisarts?
Zelf aanpakken, of naar de huisarts? · Bron: NHG-Standaard Hand- en polsklachten, Kloppenburg 2019 e.a.
Tekst bij deze plaat

Beslispad bij pijn, stijfheid of knobbels aan de handen. Ga naar de huisarts bij knobbels die zacht, dik en warm zijn of rood of donkerder dan normaal, bij symmetrische klachten in beide handen waarbij de knokkels (MCP) zijn aangedaan, bij pijn die snel erger wordt of ’s nachts sterk aanwezig is, of bij knijpkracht die snel achteruitgaat; bel direct als je je algemeen ziek voelt of koorts hebt. Zonder die signalen past zelf aanpakken: topicale NSAID’s als eerste medicamenteuze keuze, handoefeningen met een klein effect, gewrichtsbescherming en hulpmiddelen, en een CMC1-spalk.

Veelgestelde vragen

Wat is artrose in de handen?
Het is een proces waarbij het kraakbeen in de gewrichten van vingers, duim en pols geleidelijk verandert. Het geeft pijn bij gebruik, korte ochtendstijfheid en harde knobbels op de eind- en middelste kootjes. De duimbasis (CMC1) is een veelvoorkomende en functioneel lastige plek. Behandeling richt zich op het verlichten van de klachten en op wat je met je handen kunt blijven doen.
Wat is het verschil tussen artrose en reuma in de handen?
Artrose is degeneratief, reumatoïde artritis is een auto-immuunziekte. Bij artrose zijn vooral de eind- en middelste kootjes en de duimbasis aangedaan, vaak asymmetrisch, met korte ochtendstijfheid en harde knobbels. Bij reuma zijn het vaker de knokkels en de pols, symmetrisch, met langere ochtendstijfheid, zachte zwelling en afwijkend bloedonderzoek. Bij twijfel: huisarts.
Welke crème of pijnstiller helpt bij hand-artrose?
De EULAR-aanbevelingen voor hand-artrose noemen topicale NSAID's - een gel of crème met bijvoorbeeld diclofenac - de eerste medicamenteuze keuze (Kloppenburg, 2019). In de onderliggende literatuurreview waren topicale en orale NSAID's even effectief, met minder bijwerkingen bij de topicale vorm (Kroon, 2018). Voor paracetamol werd geen duidelijk gunstig effect gevonden. Bespreek langdurig gebruik met je huisarts.
Helpen handoefeningen echt?
Een beetje. De Cochrane-review vond bewijs van lage kwaliteit voor kleine gunstige effecten op handpijn, functie en vingerstijfheid, en die effecten hielden op middellange en lange termijn niet aan (Østerås, 2017). Dat is geen reden om niet te bewegen - het is een reden om er een bescheiden verwachting bij te hebben.
Helpt glucosamine of chondroïtine?
Voor glucosamine geldt dat het voordeel volledig afhing van het gebruikte preparaat, en dat de acht studies met adequate toewijzingsverberging géén voordeel lieten zien op pijn of WOMAC-functie (Towheed, 2005). Dat onderzoek gaat bovendien over artrose in het algemeen en leunt op knie-onderzoek. Voor chondroïtine bij hand-artrose zijn er losse positieve studies en een voorwaardelijke ACR-aanbeveling (Kroon, 2018; Kolasinski, 2020) - te weinig voor een stevig advies.
Wanneer helpt een duimspalk?
Bij pijn in de duimbasis. Langdurig spalken van de duimbasis staat in de EULAR-literatuurreview bij de behandelingen met een gunstig effect (Kroon, 2018), en de ACR/Arthritis Foundation-richtlijn doet hier een sterke aanbeveling voor een CMC1-orthese (Kolasinski, 2020). Veel mensen dragen hem 's nachts of bij belastende taken.
Gaan de knobbels op mijn vingers weer weg?
Nee. Heberden- en Bouchard-knobbels zijn benige uitgroeiingen; er is geen behandeling in de aangehaalde richtlijnen die ze verkleint of laat verdwijnen. Ze zijn vaak pijnlijk in de fase waarin ze ontstaan en worden daarna bij veel mensen minder gevoelig, terwijl de vorm blijft.
Wat kan ik zelf doen in het dagelijks leven?
Een ergotherapeut kijkt naar jouw handelingen en adviseert aanpassingen; in de EULAR-literatuurreview kwamen positieve resultaten voor gewrichtsbescherming en hulpmiddelen uit losse studies (Kroon, 2018). Praktisch: een potopener, een dikkere pengreep, een knoopjestrekker. Warmte en koude worden voorwaardelijk aanbevolen bij artrose en hebben lage risico's (Kolasinski, 2020). ---

Bronnen

  1. Kloppenburg M, Kroon FPB, Blanco FJ et al. (2019). 2018 update of the EULAR recommendations for the management of hand osteoarthritis. Annals of the Rheumatic Diseases 78(1):16-24. PMID: 30154087. [Richtlijn] bron
  2. Kroon FPB, Carmona L, Schoones JW, Kloppenburg M (2018). Efficacy and safety of non-pharmacological, pharmacological and surgical treatment for hand osteoarthritis: a systematic literature review informing the 2018 update of the EULAR recommendations for the management of hand osteoarthritis. RMD Open 4(2):e000734. PMID: 30402266. [Systematic Review] bron
  3. Østerås N, Kjeken I, Smedslund G et al. (2017). Exercise for hand osteoarthritis. Cochrane Database of Systematic Reviews (1):CD010388. PMID: 28141914. [Systematic Review] bron
  4. Kolasinski SL, Neogi T, Hochberg MC et al. (2020). 2019 American College of Rheumatology/Arthritis Foundation Guideline for the Management of Osteoarthritis of the Hand, Hip, and Knee. Arthritis & Rheumatology 72(2):220-233. PMID: 31908163. [Richtlijn] bron
  5. Towheed TE, Maxwell L, Anastassiades TP et al. (2005). Glucosamine therapy for treating osteoarthritis. Cochrane Database of Systematic Reviews (2):CD002946. PMID: 15846645. [Systematic Review] bron
  6. NHG-Standaard Hand- en polsklachten. Nederlands Huisartsen Genootschap. [Richtlijn] bron
  7. ReumaNederland. Handartrose - patiënteninformatie. [Patiënteninformatie] bron
  8. Deze informatie is bedoeld ter educatie, niet als medisch advies. Bij aanhoudende of ernstige klachten: raadpleeg je huisarts of specialist
Ronald de Jong
Oprichter & redacteur · Sustiro

Ordent peer-reviewed onderzoek tot bewijs-gegradeerde uitleg. Geen medische professional; Sustiro is evidence-based en science-led, niet medisch-gereviewd. Lees onze werkwijze →

De informatie in dit artikel is educatief en vormt geen medisch advies. Bespreek bloeduitslagen en risicofactoren altijd met je huisarts of een bevoegd zorgverlener.