Direct naar inhoud
Ischias

Ischias oefeningen: welke helpen, in welke fase, en wanneer stop je?

Snel antwoord

Welke oefeningen bij ischias passen, hangt af van de fase waarin je zit. In de eerste twee weken zijn rustige zenuwmobilisaties en knie-naar-borst geschikt. Van week 2 tot 6 komen stabilisatie-oefeningen zoals de bird-dog erbij; houden de klachten langer dan 6 weken aan, dan staat geleidelijke opbouw (graded activity) centraal. Blijven bewegen is een kernaanbeveling van zowel de KNGF-richtlijn Lage rugpijn en LRS (2021) als de Britse NICE-richtlijn NG59 (2016, update 2020). Per oefening is het stop-criterium minstens zo belangrijk als de oefening zelf.

Redelijk bewijs

Laatst herzien: juni 2026. Door Ronald de Jong, Redacteur onderzoekssynthese bij Sustiro. Gebaseerd op door vakgenoten beoordeeld onderzoek en drie richtlijnen: NHG, KNGF en de Britse NICE.

Dit artikel valt onder Laag 3 (Beïnvloeden) van De Sustiro Methode: Begrijpen / Herkennen / Beïnvloeden / Structureren. De stop-criteria verderop horen bij Laag 2 (Herkennen); ze helpen je beoordelen of een oefening op dit moment past bij jouw klacht.

Stop met oefenen bij deze klachten.

Let op deze klachten.

Let ook op verandering. Zijn deze klachten nieuw, of zijn ze in de afgelopen weken
tot maanden erger geworden en loop je daardoor slechter? Dat is een reden om te
bellen, ook als je een deel van deze klachten al langer hebt.

  • Je hebt opeens minder kracht in je been. Op je tenen of hakken staan lukt niet meer.
  • Je hebt een doof gevoel bij je penis of vagina en anus.
  • Je kunt niet meer plassen.
  • Je kunt je urine of ontlasting niet meer ophouden.

Bel direct je huisarts. Buiten kantooruren: de huisartsen-spoedpost.
Zeg erbij welke van deze klachten je hebt. De huisarts beoordeelt met spoed en
schakelt zelf verder, ook een ambulance, als dat nodig is.

Bron: Thuisarts.nl, “Ik heb een rug-hernia” (NHG en FMS).

Dit kan wijzen op het cauda-equinasyndroom, beknelling van de zenuwbundel onderin het wervelkanaal. Dat is een neurochirurgisch noodgeval; de huisarts beoordeelt met spoed en verwijst zo nodig door naar de neuroloog. Begin in dat geval niet met oefenen. De alarmsignalen hierboven komen van de NHG-publieksversie op Thuisarts.nl.

In het kort

  • Bewegen is de aanbevolen route, maar de fase bepaalt welke oefening past.
  • Eerste twee weken: knie-naar-borst, nerve-glide en bekkenkanteling.
  • Week 2 tot 6: cat-cow, bird-dog en glute bridge erbij.
  • Vuistregel uit de praktijk: stop een oefening zodra de uitstraling richting de voet verergert of de pijn boven 4/10 komt.
  • Geen enkele oefenvorm is aantoonbaar beter dan een andere. Het bewijs voor fysiotherapie bij ischias is van lage zekerheid en inconsistent.

Waarom bewegen, en waarom niet zomaar elke oefening

Bewegen is bij ischias de aanbevolen route, maar niet elke oefening past op elk moment. Dat bewegen in het begin vaak méér pijn doet, is een veelgenoemde reden dat mensen ermee stoppen. Wie dat vooraf weet, houdt het langer vol. Actief blijven is een kernaanbeveling in de Britse richtlijn NG59 (NICE, 2016), in de Nederlandse huisartsenrichtlijn (NHG, 2015) en in de KNGF-richtlijn Lage rugpijn en LRS (KNGF, 2021). Een samenvatting van de NICE-aanbevelingen bevestigt dat beeld (Bernstein, 2017).

Het bewijs achter dat advies is smaller dan het lijkt. Een Cochrane-review vergeleek het advies om in bed te blijven met het advies om actief te blijven. Bij ischias was er weinig tot geen verschil in pijnverlichting of functioneren (gestandaardiseerd gemiddeld verschil -0,03; 95%-BI -0,24 tot 0,18), bij bewijs van redelijke zekerheid (Dahm, 2010) [REDELIJK]. Met bedrust valt dus niets te winnen. Wat dat voor jou betekent: een dag op de bank saboteert je herstel niet, dus die angst kun je laten vallen. De grens ligt bij dagenlang plat liggen: de NHG-Standaard ontraadt strikte bedrust van meer dan enkele dagen, vanwege lichamelijke gevolgen zoals stijfheid en spierverlies (NHG, 2015).

Of je vervolgens kiest voor eenvoudig blijf-in-beweging-advies of voor een gestructureerd oefenprogramma, hangt af van de termijn waarop je kijkt. Op korte termijn gaf oefenen in een meta-analyse van vijf studies een klein maar significant voordeel op beenpijn (gewogen gemiddeld verschil 11,43 op 0 tot 100; 95%-BI 0,71 tot 22,16). Het bewijs daarvoor is van lage zekerheid. Op middellange en lange termijn was er geen verschil, bij bewijs van redelijke zekerheid (Fernandez, 2015) [REDELIJK]. Praktisch mag je daaruit halen dat de keuze tussen een programma en gewoon doorgaan er weinig toe doet, zolang je het volhoudt. Dat betekent niet dat elk type bewegen op elk moment geschikt is.

Ischias, uitstralende pijn langs heup, bil of been door prikkeling van een zenuwwortel in de onderrug, reageert anders op oefening dan gewone lage rugpijn. Het onderscheid zit in drie typen aanpak:

  • Zenuwmobilisatie (nerve-glide): beweegt de zenuw zacht door zijn omgeving.
  • Core-stabilisatie: versterkt de spieren die de wervelkolom ondersteunen.
  • Aerobe activiteit / graded activity: houdt het bewegingssysteem actief zonder overbelasting.

Wat de literatuur lastig maakt: er bestaat geen universele oefenlijst die voor iedere ischias-patiënt veilig of werkzaam is. Je fase en je actuele klachten bepalen de keuze. De eerste vraag is dus niet welke oefening de beste is, maar in welke week je zit.

→ Lees meer over ischias-oorzaken en het herstelproces in het hoofdartikel over ischias

6 ischias-oefeningen per fase: stappen en stop-criteria

Welke oefening past in welke fase
Welke oefening past in welke fase · Bron: Blijven bewegen: KNGF 2021, NHG 2015 e.a.
Tekst bij deze plaat

Matrix van zes oefeningen tegen drie herstelfases, waarbij een gevulde stip betekent dat de oefening in die fase doorgaans geschikt is. Knie naar borst, zenuwmobilisatie en bekkenkanteling passen in de acute en de subacute fase. Cat-cow past in de subacute fase. Bird-dog en glute bridge passen in de subacute en de chronische fase.

Ben je net begonnen, lees dan alleen de eerste drie. De oefeningen hieronder zijn gerangschikt van meest geschikt in de acute fase naar meer geschikt in latere fases, en per oefening vind je doel, geschikte fase, stappen, sets en het criterium waarop je stopt. Dat laatste is hier belangrijker dan het aantal herhalingen.

De fases zijn een indeling voor het oefenen: acuut is hier week 0 tot 2, subacuut week 2 tot 6 en de chronische fase alles daarna. Het is geen indeling uit een richtlijn. Het hoofdartikel over ischias deelt anders in, omdat het over het beloop gaat: daar heet ischias acuut tot zes weken en chronisch na twaalf weken. De KNGF-richtlijn adviseert voor de eerste drie maanden algemener: bewegen op geleide van de pijn en je activiteit stapsgewijs uitbreiden (KNGF, 2021).

De stop-criteria in dit artikel zijn een praktische vuistregel uit de fysiotherapiepraktijk, geen norm uit een richtlijn. Ze zijn bedoeld om je een houvast te geven, niet om een exacte grens te trekken.

1. Knie naar borst

Doel: lumbale mobiliteit
Fase: acuut + subacuut

Stappen:
1. Ga op je rug liggen met beide knieën gebogen.
2. Pak één knie met beide handen vast.
3. Trek de knie rustig richting je borst, zo ver als comfortabel is.
4. Houd 5 tot 10 seconden vast. Laat los. Wissel van been.

Sets: 2 x 10 herhalingen per been, 1 tot 2 keer per dag.

Stop-criterium: stop direct bij uitstraling die richting de voet verergert, of bij pijn boven 4/10.

2. Zenuwmobilisatie / nerve-glide

Doel: zachte mobilisatie van de zenuw
Fase: acuut + subacuut

Deze oefening voelt vreemd, want je beweegt de zenuw zelf in plaats van een spier te rekken. Zenuwmobilisatie beweegt de zenuw zacht door zijn kanaal en wordt veel ingezet bij ischias. Het specifieke bewijs is beperkt; wat het onderzoek over oefenvormen zegt, staat bij de bird-dog hieronder. De oefening is wel laagdrempelig en, mits binnen de stop-criteria uitgevoerd, doorgaans goed te verdragen.

Stappen:
1. Ga op je rug liggen, knieën gebogen.
2. Til één been op met gebogen knie en houd de achterkant van de dij vast.
3. Strek de knie langzaam zo ver als pijnvrij mogelijk, en buig hem daarna weer.
4. Combineer dit met het naar je toe trekken van je voet bij het strekken, en het van je af bewegen van je voet bij het buigen.

Sets: 2 x 10 rustige herhalingen per been, 1 tot 2 keer per dag.

Stop-criterium: stop bij scherpe uitstraling of tintelingen die toenemen tijdens de oefening.

3. Bekkenkanteling

Doel: controle over het bekken, licht bewegen van de lumbale wervels
Fase: acuut + subacuut

Stappen:
1. Lig op je rug, knieën gebogen, voeten plat op de grond.
2. Druk je lage rug zacht naar de grond; je buik trekt iets naar binnen.
3. Houd 3 tot 5 seconden vast. Laat los.
4. Laat je rug daarna iets holler worden. Herhaal dit wisselende patroon.

Sets: 2 x 15 herhalingen, 1 tot 2 keer per dag.

Stop-criterium: stop bij verergering van uitstraling of bij pijn boven 4/10.

4. Cat-cow (kat-koe)

Doel: lumbale mobiliteit in buiging en strekking
Fase: subacuut (week 2-6)

Stappen:
1. Ga op handen en knieën, handpalmen onder je schouders, knieën onder je heupen.
2. Adem in en laat je buik rustig zakken, terwijl je hoofd en stuit iets omhoog komen.
3. Adem uit en rond je rug omhoog, terwijl je hoofd en stuit zakken.
4. Beweeg langzaam en gecontroleerd.

Sets: 2 x 10 langzame herhalingen, 1 keer per dag.

Stop-criterium: stop bij toenemende uitstraling of stekende pijn onderaan de rug.

5. Bird-dog

Doel: core-stabilisatie, evenwicht rond de lumbale wervelkolom
Fase: subacuut tot chronisch

Krijg je deze oefening in week één aangeboden, dan is dat te vroeg. De bird-dog hoort thuis in de subacute en chronische fase. Er is geen bewijs dat één oefenvorm boven een andere te verkiezen is. Een systematisch overzicht (systematic review) naar fysiotherapie bij ischias concludeert dat het bewijs onvoldoende is om aan te bevelen welke oefenaanpak de voorkeur verdient (Dove, 2023) [BEPERKT]. In de richtlijn-gedreven praktijk wordt de bird-dog desondanks veel ingezet, ook zonder dat dat bewijs voorhanden is.

Stappen:
1. Begin op handen en knieën, met een neutrale rughouding.
2. Strek tegelijk je rechterarm naar voren en je linkerbeen naar achteren.
3. Houd 3 tot 5 seconden vast. Breng terug. Wissel van zijde.
4. Houd je rug stabiel, zonder rotatie van de heupen.

Sets: 2 x 8 tot 10 herhalingen per kant, 1 keer per dag.

Stop-criterium: stop bij uitstraling die toeneemt of bij verlies van controle over je rughouding.

6. Glute bridge (heupbrug)

Doel: versterking van de heupstrekkers
Fase: subacuut tot chronisch

Stappen:
1. Lig op je rug, knieën gebogen, voeten plat op de grond op heupbreedte.
2. Duw via je hielen je heupen omhoog tot je een rechte lijn vormt van knieën naar schouders.
3. Houd 3 tot 5 seconden vast. Laat langzaam zakken.
4. Houd je buikspieren licht aangespannen gedurende de oefening.

Sets: 2 x 12 herhalingen, 1 keer per dag.

Stop-criterium: stop bij pijn in de bil of uitstraling die toeneemt bij het optillen.

Welke oefeningen kun je beter vermijden bij ischias?

De acute fase: wat wacht, en wat al kan
De acute fase: wat wacht, en wat al kan · Bron: NHG 2015, KNGF 2021
Tekst bij deze plaat

Twee kolommen voor de acute fase. Links de oefeningen die in de eerste twee weken doorgaans worden afgeraden: zwaar tillen, diepe voorover-buigingen, sit-ups en crunches, hardlopen en hoge-impactsport, en onbegeleide yoga of pilates. Rechts wat meestal wel kan: wandelen vanaf vijf tot tien minuten, zwemmen, en de rustige oefeningen knie naar borst, nerve-glide en bekkenkanteling. Onderaan de kanttekening dat dit praktische voorzorgen zijn en geen richtlijnverboden.

In de acute fase laat je zware til-oefeningen, diepe voorover-buigingen, sit-ups, hardlopen en onbegeleide yoga of pilates beter even liggen. Hard bewijs dat die oefeningen bij ischias schade veroorzaken is er niet: het zijn praktische voorzorgen uit klinische ervaring en geen richtlijn-verboden, dus lees ze als een pauze en niet als een verbod. In de acute fase, de eerste 2 weken, zijn dit de voornaamste aandachtspunten:

  • Zware til-oefeningen: worden in de acute fase doorgaans afgeraden; de belasting op de lage rug is hoog en meerwaarde in deze fase is niet aangetoond.
  • Diepe voorover-buigingen: lokken bij een deel van de mensen de uitstraling uit; ga af op wat je in het been voelt.
  • Sit-ups en crunches: combineren buiging met compressie en verergeren bij sommige mensen de uitstraling; in de acute fase meestal niet de eerste keuze.
  • Hardlopen en hoge-impactsport: de schokbelasting is voor de meeste mensen in de acute fase te intensief.
  • Onbegeleide yoga of pilates: niet alle houdingen zijn geschikt bij ischias; doe dit in overleg met een fysiotherapeut.

Herken je dat je automatisch naar een bepaalde oefening grijpt omdat die vroeger hielp, dan is dat begrijpelijk. Bij ischias loont het alleen om eerst vast te stellen in welke fase je zit, want dezelfde oefening heeft in week één een ander effect dan in week acht.

Helpt wandelen bij ischias?

Wandelen is een van de meest toegankelijke vormen van actief blijven bij ischias, zonder verwijzing, wachtlijst of kosten. Begin kort, bijvoorbeeld 5 tot 10 minuten, en bouw op als je klachten het toelaten. Actief blijven is de primaire aanbeveling in de richtlijnen (NICE, 2016).

Zwemmen kan ook een optie zijn. Veel mensen ervaren rugslag als prettiger dan schoolslag, omdat je bij rugslag minder in de lage rug hoeft te strekken en draaien. Vergelijkend onderzoek dat die voorkeur bij ischias onderbouwt, is er niet: ga af op wat jouw klachten toelaten.

→ Lees over graded activity en centrale sensitisatie bij langdurige pijn

Wanneer stop je een oefening? De stop-criteria op een rij

Wanneer stop je, en wanneer bel je
Wanneer stop je, en wanneer bel je · Bron: NHG 2015
Tekst bij deze plaat

Twee niveaus onder elkaar. Boven de stop-criteria: stop de oefening bij uitstraling die verergert richting de voet, bij krachtsverlies in het been, bij pijn boven de 4 op 10, of wanneer de pijn na een sessie langer dan 24 uur toeneemt. Daarbij staat dat deze vuistregels uit de praktijk komen en niet uit een gerandomiseerde studie. Onder de rode vlaggen: bel direct de huisarts of de huisartsenpost bij plotseling krachtsverlies in een been, een doof gevoel rond het zadelgebied, of verlies van controle over plassen of ontlasting. Dit kunnen tekenen zijn van het cauda-equinasyndroom.

Er zijn vier signalen om een oefening te stoppen. Stop wanneer:

  • uitstraling richting de voet verergert tijdens of na de oefening;
  • je krachtsverlies merkt in je been (niet kunnen optillen, je voet laten slepen);
  • de pijn boven 4/10 komt op een schaal van 0 tot 10 tijdens de oefening;
  • de pijn meer dan 24 uur toeneemt na een oefensessie.

Deze stop-criteria gelden ook als signaal om contact op te nemen met een fysiotherapeut of huisarts. Eén uitzondering, en die telt: valt de kracht in je been opeens weg, zodat op je tenen of hakken staan niet meer lukt, dan is dat geen afspraak maar een telefoontje. Je huisarts, buiten kantooruren de huisartsen-spoedpost. Zie het kader boven aan dit artikel.

Wat hier ongelijk verdeeld is. Het best onderbouwde deel van dit artikel gaat over de vraag óf je moet bewegen. Het deel dat je vanavond nodig hebt, gaat over de vraag wanneer je moet stoppen, en daar staat geen studie onder. Dat de stop-criteria uit de praktijk komen, is geen voorbehoud maar de kern: een grens die uit ervaring komt, is bruikbaar zolang je weet dat hij uit ervaring komt.

Bewijsoverzicht: waar de labels in dit artikel vandaan komen

Uitspraak Label Bron
Bedrust versus actief blijven maakt bij ischias weinig tot geen verschil [REDELIJK] Dahm, 2010 (Cochrane); SMD -0,03; 95%-BI -0,24 tot 0,18
Oefenen versus blijf-actief-advies: geen verschil op lange termijn [REDELIJK] Fernandez, 2015; redelijke zekerheid
Oefenen versus blijf-actief-advies: klein voordeel op korte termijn [BEPERKT] Fernandez, 2015; lage zekerheid; WMD 11,43 (0,71-22,16)
Fysiotherapie bij ischias: onvoldoende zeker bewijs voor harde aanbevelingen [BEPERKT] Dove, 2023
McKenzie versus richtlijn-advies: vergelijkbaar op 24 maanden [BEPERKT] Kilpikoski, 2024; kleine, mogelijk onderpowerde RCT
Vroege verwijzing naar fysiotherapie: klein voordeel op functioneren na 6 maanden [REDELIJK] Fritz, 2021; verschil -5,4 op de Oswestry; 95%-BI -9,4 tot -1,3
De stop-criteria in dit artikel Geen label Vuistregel uit de praktijk, geen richtlijn en geen studie

Hoe je de bewijslabels leest. De schaal heeft vier treden. STERK, REDELIJK, WISSELEND en BEPERKT zeggen iets over de kwaliteit van het onderzoek achter een uitspraak, en niet over hoe goed iets bij jou gaat werken. VOORLOPIG en EXPERTOORDEEL zijn geen trede maar een vlag. Ze zeggen niet dat het bewijs zwak is. Ze zeggen dat het om een ander soort uitspraak gaat: om iets wat nog te vroeg is om te wegen, of om het oordeel van een deskundige. Is er geen bruikbaar onderzoek, dan staat er helemaal geen label en zegt de zin dat er zelf bij. Of een richtlijn iets aanraadt of afraadt, is een advies en geen bewijsniveau. In lopende tekst staat een label tussen blokhaken, in een tabel als kaal woord in de labelkolom. Staat er geen label, dan gaat de zin niet over een effect. Zo komen onze labels tot stand.

Beperkingen van dit overzicht

De oefeningen in dit artikel zijn algemene adviezen, gebaseerd op richtlijnen en systematische reviews. Effectgroottes zijn vaak klein en de zekerheid van het bewijs is beperkt (Dove, 2023). Specifieke oefensystemen springen er ook niet duidelijk uit. In een gerandomiseerde studie, dus een studie waarbij deelnemers willekeurig aan groepen worden toegewezen, gaven McKenzie-oefeningen op de lange termijn vergelijkbare resultaten als algemeen richtlijn-advies. Die studie was klein en mogelijk onderpowerd (Kilpikoski, 2024) [BEPERKT]. Wat voor de ene persoon werkt, werkt niet automatisch voor een ander; leeftijd, ernst van de klacht, type ischias-oorzaak en conditie spelen allemaal mee.

Vroege verwijzing naar een fysiotherapeut gaf in een gerandomiseerde studie een bescheiden verbetering in functioneren vergeleken met gebruikelijke zorg, al was dat effect klein (Fritz, 2021) [REDELIJK]. Dit artikel vervangt geen individueel behandelplan.

Wanneer naar de huisarts of fysiotherapeut?

Eerst het onderscheid dat hier het meest toe doet. Vier klachten zijn geen reden om een afspraak te maken maar om te bellen. Dat zijn: niet meer kunnen plassen, je urine of ontlasting niet meer kunnen ophouden, een doof gevoel bij je penis of vagina en anus, en kracht die opeens wegvalt. Het zijn de vier klachten uit het kader boven aan dit artikel, en daarvoor geldt dezelfde route: je huisarts, buiten kantooruren de huisartsen-spoedpost. Een fysiotherapeut is daar geen deur voor, ook niet als tweede optie ernaast.

Voor de rest volstaat een gewone afspraak. Raadpleeg je huisarts of fysiotherapeut wanneer:

  • je klachten na zes tot acht weken niet verbeteren of verergeren, want dat is de termijn waarop de NHG-standaard heroverweging adviseert (NHG-Standaard LRS, M55, 2015);
  • pijn boven 4/10 aanhoudt bij al je oefenpogingen.

Je hoeft dit niet allemaal zelf uit te zoeken, en dat is geen aansporing om meteen te verwijzen. Een fysiotherapeut kan je helpen bepalen welke oefeningen op dit moment bij jouw situatie passen, en dat is vooral nuttig als je twijfelt over de fase waarin je zit.

⚠ Belangrijk: Stop met de oefening bij verergerende uitstraling of pijn boven 4/10 tijdens of na de oefening, en overleg met je huisarts of fysiotherapeut hoe je verder gaat. Valt de kracht in je been opeens weg, zodat op je tenen of hakken staan niet meer lukt, bel dan je huisarts, buiten kantooruren de huisartsen-spoedpost; dat staat in het kader boven aan dit artikel. Sustiro geeft op bewijs gebaseerde informatie, geen individueel medisch advies.

→ Meer over wanneer ischias-klachten professionele begeleiding vragen

Samenvatting

Bewegen is de aanbevolen route, maar de fase en de stop-criteria bepalen welke oefening past. In de acute fase zijn knie-naar-borst, nerve-glide en bekkenkanteling haalbaar. In de subacute fase komen cat-cow, bird-dog en glute bridge erbij. Bij chronische klachten staat geleidelijke opbouw centraal. Diepe buiging, zwaar tillen en sit-ups horen niet in de acute fase. Wandelen mag vroeg. Stop altijd bij verergerende uitstraling, krachtsverlies of pijn boven 4/10. Zakken je klachten na zes tot acht weken niet? Ga dan naar je fysiotherapeut of huisarts; bij driekwart van de mensen treedt binnen drie maanden spontaan herstel op (NHG-Standaard LRS, M55, 2015).

Sustiro werkt aan digitale cursussen op basis van De Sustiro Methode. Schrijf je in voor de nieuwsbrief


Deze informatie is bedoeld ter educatie, niet als medisch advies. Bij aanhoudende of ernstige klachten: raadpleeg je huisarts of specialist.

Veelgestelde vragen

Mag je bewegen met ischias, of kun je beter rust houden?
Bewegen, en dat is de kernaanbeveling in NG59, in de NHG-standaard en in de KNGF-richtlijn. Het bewijs erachter is genuanceerder dan die eensgezindheid doet vermoeden. Een Cochrane-review vond tussen bedrust en actief blijven weinig tot geen verschil in pijnverlichting of functioneren, bij bewijs van redelijke zekerheid (Dahm, 2010). Met bedrust valt dus niets te winnen. De NHG-Standaard ontraadt strikte bedrust van meer dan enkele dagen; geeft liggen tijdelijk verlichting, dan is een paar dagen rust geen probleem, zolang het zo kort mogelijk blijft (NHG, 2015).
Met welke oefening begin je in de acute fase?
Met knie-naar-borst, de nerve-glide of de bekkenkanteling, want die drie horen bij de eerste twee weken. Je doet ze liggend op je rug, en je stopt zodra de uitstraling richting de voet toeneemt of de pijn boven 4/10 komt. Stabilisatie-oefeningen als de bird-dog en de glute bridge komen pas in de subacute fase erbij, net als cat-cow. Die volgorde hoort bij de oefenfasering van dit artikel: acuut loopt hier tot week twee, subacuut van week twee tot zes. Het is geen indeling uit een richtlijn.
Hoe vaak moet je deze oefeningen doen?
Per oefening staat het erbij. Knie-naar-borst en nerve-glide gaan in twee series van tien herhalingen per been, een tot twee keer per dag. De bekkenkanteling gaat in twee series van vijftien. Cat-cow, bird-dog en glute bridge blijven op een keer per dag. Belangrijker dan het aantal is het stop-criterium eronder. Een serie afmaken terwijl de uitstraling toeneemt, is precies wat dat criterium wil voorkomen.
Wanneer stop je met een oefening?
Als vuistregel uit de praktijk stop je zodra: - de uitstraling richting de voet verergert tijdens of na de oefening; - je kracht in je been verliest of je voet gaat slepen; - de pijn tijdens de oefening boven 4/10 komt; - de pijn na een sessie meer dan 24 uur toeneemt. Die signalen zijn ook een reden om contact op te nemen met een fysiotherapeut of huisarts. Valt de kracht in je been opeens weg, dan is dat een telefoontje en geen afspraak: je huisarts, buiten kantooruren de huisartsen-spoedpost.
Helpen zenuwmobilisaties bij ischias?
Ze worden veel ingezet. Het specifieke bewijs is beperkt. Een systematisch overzicht naar fysiotherapie bij ischias vond onvoldoende en onzeker bewijs om sterke aanbevelingen te doen (Dove, 2023), en dat geldt ook voor de vraag welke oefenvorm de voorkeur verdient. Wat er wel over te zeggen valt: de oefening is laagdrempelig en doorgaans goed te verdragen, zolang je binnen de stop-criteria blijft.
Is zwemmen beter dan wandelen bij ischias?
Dat is bij ischias niet vergelijkend onderzocht. Wandelen is laagdrempelig: begin kort, bijvoorbeeld vijf tot tien minuten, en bouw op als de klachten het toelaten. Zwemmen kan ook; welke slag prettiger zit, verschilt per persoon. De overweging daarachter staat hierboven bij het stuk over wandelen. Laat je klachten de doorslag geven.

Bronnen

  1. NICE (2016). Low back pain and sciatica in over 16s: assessment and management. NG59, geactualiseerd 11 december 2020; op 29 juli 2026 zijn de aanbevelingen over psychologische therapie en gecombineerde fysiek-psychologische programma's ingetrokken. National Institute for Health and Care Excellence, Verenigd Koninkrijk bron
  2. NHG (2015). NHG-Standaard Lumbosacraal radiculair syndroom (M55), versie 3.0, juni 2015 (tweede herziening). Nederlands Huisartsen Genootschap bron
  3. KNGF (2021). KNGF-richtlijn Lage rugpijn en lumbosacraal radiculair syndroom. KNGF en VvOCM bron
  4. Bernstein IA, Malik Q, Carville S, Ward S (2017). Low back pain and sciatica: summary of NICE guidance. BMJ, 356:i6748. PMID: 28062522. [Richtlijn-samenvatting] bron
  5. Dahm KT, Brurberg KG, Jamtvedt G, Hagen KB (2010). Advice to rest in bed versus advice to stay active for acute low-back pain and sciatica. Cochrane Database of Systematic Reviews, (6):CD007612. PMID: 20556780. [Cochrane systematische review] bron
  6. Dove L, Jones G, Kelsey LA, Cairns MC, Schmid AB (2023). How effective are physiotherapy interventions in treating people with sciatica? A systematic review and meta-analysis. European Spine Journal, 32(2):517-533. PMID: 36580149. [Systematische review] bron
  7. Fernandez M, Hartvigsen J, Ferreira ML, et al. (2015). Advice to Stay Active or Structured Exercise in the Management of Sciatica: A Systematic Review and Meta-analysis. Spine, 40(18):1457-1466. PMID: 26165218. [Systematische review] bron
  8. Fritz JM, Lane E, McFadden M, et al. (2021). Physical Therapy Referral From Primary Care for Acute Back Pain With Sciatica: A Randomized Controlled Trial. Annals of Internal Medicine, 174(1):8-17. PMID: 33017565 bron
  9. Kilpikoski S, Hakkinen AH, Repo JP, et al. (2024). The McKenzie Method versus guideline-based advice in the treatment of sciatica: 24-month outcomes of a randomised clinical trial. Clinical Rehabilitation, 38(1):72-84. PMID: 37605454 bron
Ronald de Jong
Oprichter & redacteur · Sustiro

Ordent peer-reviewed onderzoek tot bewijs-gegradeerde uitleg. Geen medische professional; Sustiro is evidence-based en science-led, niet medisch-gereviewd. Lees onze werkwijze →

De informatie in dit artikel is educatief en vormt geen medisch advies. Bespreek bloeduitslagen en risicofactoren altijd met je huisarts of een bevoegd zorgverlener.